dinsdag, december 01, 2015
Accident prone
Het is een wonder dat Leonie met me op reis blijft gaan. Na een nacht vliegen komen we bij ons hotel in Perth. De meneer achter de balie kijkt verbaasd als we inchecken. Hij kan onze boeking niet vinden. Terwijl ik wel een mooi papier met de data van booking.com kan overhandigen. Blijkt dat ik dit hotel op die data in 2016 heb geboekt! Tegen een lage prijs zonder annuleringsmogelijkheid. Tot overmaat van ramp blijkt het hotel op 1 kamer na te zijn volgeboekt (later begrijpen we dat dit komt door een AC/DC concert verderop in de stad). Dat wordt dokken in dit commerciële land. Na wat geschipper krijgen we nog wat van de prijs af. Bellen met booking.com zorgt dat het bedrag wordt teruggestort. Als ik data blijf verhaspelen moet Leonie me maar onder curatele stellen.
De volgende dag maken we een lekkere fietstocht langs de 2 grote rivieren van Perth. Het water is een beetje brak. Het grootste deel gaat over mooie strakke fietspaden. Halverwege ben ik mijn fitbandje Loop verloren. Een stuk terugfietsen en in de berm zoeken levert niks op.
Probeer nooit met de Australiers gelijk op te eten. We trekken met de auto naar het zuiden en bekijken steeds de plekken aan de kust. In een vakantiedorp aan zee wordt door honderden mensen gegeten. Op zaterdag ga je met je familie naar het strand en vervolgens uitgebreid eten. Bij een leuk restaurant poogde ik een enorme burger en friet te verorberen, met bijpassend lokaal gebrouwen bier. Leonie at inktvis. Ik kreeg het met moeite naar binnen. Iedereen om ons heen at dergelijke porties. Aan de tafel naast ons speelde een echtpaar de Grand Boufe na. Mosselen, oesters, pasta. Zij dronk door elkaar heen witte wijn en corona's. Zij at de spaghetti op een manier die we nog nooit gezien hadden. Ze pakte wat slierten met haar vork, deed haar hoofd achterover en liet zo de slierten naar binnen glijden. Mogelijk was dit erotiserend voor haar man.
De straf volgt snel na de zonde. Na dit eten liep ik een enorme voedselvergiftiging op. De nacht erna was mijn gehele maag-darmstelsel volledig leeg. Goed dat je lichaam zo reageert, maar het blijft klote. Verpleegkundige Leonie is natuurlijk geweldig, aardig maar ook doortastend. Zij is ook ziek geworden, gelukkig wat minder erg dan ik.We sliepen in een hotelkamer achter een kroeg. Lawaaiig, alles bruin, tralies en geen uitzicht. Beetje te goedkope keuze hier (75 euro!). Raadselachtig hoe ze aan een goede beoordeling zijn gekomen.
Vandaag blijk ik mijn tandenborstel te hebben vergeten in het vorige hotel. Met boodschappen doen viel bij de kassa mijn verlovingsring van mijn vinger. Gelukkig zag een cassierre hem liggen. Dat doet 2 dagen niet eten met je.
donderdag, november 26, 2015
24 augustus 2015
Uiteindelijk raken we de tel kwijt bij de zevende of achtste controle. Het vliegveld van Phuket is in hoge paraatheid. Overal worden we gecontroleerd. Onze bagage gaat door de scanner en wordt daarna nog eens 2 keer open gemaakt. Bij elke koffer wordt de inhoud door twee of drie beambten in gele hesjes door gesnuffeld. Computer, batterij, fototoestel mogen niet in de koffer blijven. Ze moeten mee met de handbagage. Zelf gaan we door de scan en worden we met de handscan gecontroleerd. Vervolgens nog twee keer betast, de laatste keer alleen om de heupen mogelijk op zoek naar een bomgordel. Onze paspoorten worden een keer of zeven bekeken.
En laat ik nou net in deze situatie een klein foutje hebben gemaakt! Ik heb op de elektonische
aanvraag voor een visum voor Australie als geboortedatum opgegeven 24 augustus 2015. Als we ons na een uur controles melden bij de incheckbalie wil de mevrouw mij geen incheckkaart geven. Mijn geboorte datum klopt niet. Chef erbij die zei dat het inderdaad niet kan. De chef van de chef moet kontakt opnemen met Canberra, de hoofdstad van Australie. Als die geen toestemming geven kan ik niet mee. Wij moesten maar even wachten. Ik zag een totaal uitgestorven ministerie voor me op de woensdagavond om 10 uur, waarbij een slaperige portier de telefon uit Phuket opneemt.
Leonie vind het allemaal niet amusant. Eigenlijk blijft ze nog redelijk vriendelijk.Ze belt Jago en die zegt dat je bij Thai altijd op je strepen moet staan. Dus wij weer naar de incheckbalie. Inmiddels staat er niemand meer in de rij. Iedereen is verder ingecheckt. Na wat heen en weergepraat, krijgen we nog niks voor mekaar. Weer wachten.
Ik zoek maar eens op wanneer de volgende vlucht gaat. Over 2 dagen en flink duurder. Na weer wat rondhangen bij de balie is het probleem opgelost! We mogen zomaar mee.We hebben zelfs nog tijd om een paar blikjes bier te kopen. Die moeten we wel snel opdrinken, want bij de Gate worden onze tassen nog een keertje opengemaakt en worden we weer gefouilleerd.
woensdag, november 25, 2015
De wereld van de echt rijken
De Triatlon is in Laguna Beach een groot park met dure hotels en koophuizen. Er rijden gratis wagentjes rond, waarmee je van het ene hotel naar het andere wordt gebracht. Wij logeren in een appartement 2 keer zo groot als ons tuinhuis, in een verder heel stil hotel. De lobby blijkt een piepklein hokje, eten kan in het hotel ernaast. Bij de twee zwembaden zitten wat bejaarden. We worden vriendelijk begroet. Nieuwe gezichten zijn hier wel welkom!
Merritt onze schoondochter werkt voor een reistijdschrift. Dat is de reden dat ze nog wel eens in een duur hotel zit ( gratis uiteraard). Zij zitten in de Banyan Tree in een villa met zwembad. Er zijn twee slaapkamers dus de nacht voor de Triatlon slapen we bij hun. Zij moeten om halfvijf op. Wij kunnen dan op kleinzoon Eli passen. Zo krijgen we een kijkje in de wereld van de echt rijken. De tuin van de villa is ommuurt. Bij de villa zijn 4 douches, 2 binnen en 2 buiten. Een flink zwembad, grote stenen huttub met waterval. Dit alles voor 10 keer de prijs van ons verblijf. Merritt kan Jago nog net weerhouden van een foutje. Hij is al bezig om een halfje champagne open te maken als ze roept dat de drank niet inbegrepen is. Zo'n flesje kost hier 300 euro!
Het terrein van het hotel is immens. .Elektrische karretjes rijden af en aan in dit Centerparks voor de rijken. Naast het terrein kan je golf spelen. Per speler rijden er 2 man personeel mee. Een om het karretje te besturen en een om de clubs aan te rijken. De kennismaking met een duizend dollar resort zal wel eenmalig zijn. We hoeven hier niet zo naar terug.
We blijven nog een paar dagen met Jago aan de zuidkant van Phuket in een resort me de mooie naam Serenity. Het zit ons weer mee. Een gratis upgrade naar Penthouse (250 meter)! Bovenop een knots van een terras, met bubbelbad uieraard. Het uitzicht is fantastisch. Zee, scheepjes en een groen eiland. We krijgen alle gelegenheid om bij te praten met Jago. Het weer is heerlijk fris. Hierna vliegen we naar Perth in Australie.
Eli
Toch speciaal om grootouder te zijn. Je hebt alle plezier van zo'n kind. Zonder een groot deel van de sores.
Onze kleinzoon Eli is nog net 10 maanden. Een lekker aktief en vrolijk ventje.
We
hebben hem een halfjaar niet gezien. Leonie heeft een koffer ingepakt
met kinderkleren duplo en ander speelgoed. Kinderkleren in de maat
anderhalfjaar, want Eli groeit als kool.
Leonie is een goede
oma. Binnen de kortste keren wandelt ze met hem rond en geeft ze hem te
eten. Hij vindt mijn snor een beetje eng. Pas na een paar dagen durft hij
er heel voorzichtig met 1 vingertje aan te komen. En dan maakt hij een
gebaar met zijn hoofd om aan te geven dat hij het griezelig vindt.
Hij loopt al flink. Als hij vermoeid is, valt hij om de zoveel passen op zijn billen. Maar goed dat hij een luier omheeft.
Bang voor vreemden is hij helemaal niet.
Na
Phuket zullen we hem een week of vier niet meer zien. We missen hem nu
al. Over 4 weken zitten we weer voor een paar weken in Bangkok.
Reis 2015 naar Azie
Het wordt een jaarlijkse gewoonte om een paar maanden naar Azie te vetrekken. Natuurlijk om kleinzoon Eli en zoon jago te zien. De feestdagen vieren we in Bangkok. Evenals de eerste verjaardag van Eli. Onze reis is 9 dagen uitgesteld door mijn val van de ladder. De rug mag niet te veel belast worden.
Voor mij een extra luxe vakantie. Ik til helemaal niks. Koffers sjouwen is voor anderen. Wel moet ik accepteren dat ik als brekebeen te boek sta. Voortdurend word ik gewezen op afstapjes en gladde stukken waar ik voor op moet passen. Sinds 24 november vang ik AOW. De aftakeling gaat snel.
woensdag, februari 11, 2015
Bieren in de Westhoek
Fantastisch, maar
niet te zuipen. We doen een rondleiding door de brouwerij Cantillon in een
straat in Brussel. Een oude geuze brouwerij waar het bier door spontane gisting
tot leven komt. De brouwerij is heel ouderwets. Voor ons bierliefhebbers
uitermate boeiend en zo ver ik weet het enige museum waar Gerard met plezier
heeft rondgelopen. We zijn niet de enigen op deze maandagochtend om 10 uur. Flink
wat Spanjaarden en Italianen lopen hier ook rond.
Het bier dat gebrouwen wordt
is een lambiek zonder schuim, uitermate zuur. De mevrouw van de brouwerij geeft
aan dat het een soort bier is zoals gebrouwen in de middeleeuwen. En dat we
elke smaakervaring van het andere bier moeten vergeten als we het bier proeven.
Na de rondleiding drinken we een paar proefglaasjes. Geen van vieren vinden we
het lekker. Ik heb de neiging de inhoud van het proefglaasje in een plantenbak
te kieperen.
Deze rondleiding
is de afsluiting van drie dagen in het teken van bier en de eerste
wereldoorlog. Kris kras hebben we tussen Watau, Ieper en Poperinge gereden door
de Westhoek. Heel leerzaam en voedzaam.
Dat Geuze bier
best wel te drinken is, en zelfs lekker kan zijn, hebben we gemerkt in het café
La Mort Subite in Brussel. De langzaam ontdooiende ober daar legt Bjorn en ons tot
drie keer toe het verschil uit tussen Lambiek, Faro en Geuze. Wat een mooi
café! Zouden we in Brussel op de universiteit werken dan zaten we hier elke
dag. Wifi op Eduroam van de Universiteit.
Op zaterdagmiddag
reden we door een totaal verlaten streek naar een veel fameuze nieuwe
brouwerij: De Struise Brouwers. Hun
proeflokaal in Oostvleteren is een paar uur open op zaterdag. In een piepklein
dorpje is een ingang door een bouwval naar een binnenplaats, waar tientallen tonnen
met bier in de buitenlucht staan. De brouwerij zelf is in een oud schoolgebouw.
Bij binnenkomst blijkt dat het proeflokaal afgeladen vol zit met vooral
buitenlanders: Japanners, Amerikanen, Spanjaarden en Italianen. Meer dan 30
bieren van de tap worden aangeboden, helaas is al een deel opgedronken. Vooral
de populaire IPA’s zijn op. We drinken verschillende bieren, lekker maar
behoorlijk sterk. Een mooie beginnende brouwerij, zeer zeker met durf opgezet
gezien de mooie vaten en andere dure spullen die gebruikt worden. En succesvol.
Als we even
verderop bij een bierhandel, wat bier gaan aanschaffen, blijkt dat De Struise
brouwers toch ook commercieel denken. Deze bierhandel heeft ook een eigen
brouwerij met een flinke capaciteit. Heeft een bier van De Struise brouwers succes
dan wordt dat hier gebrouwen. Er staan
enorme tanks met Pannepot bier.
En dat is iets
dat we iets dat we dit weekend vaker hebben gezien. Bier wordt niet altijd
gebrouwen op de plek waar je denkt dat die gebrouwen wordt. Zo hebben we het
vermoeden dat veel bier uit de streek bij de St Bernardus brouwerij wordt
gebrouwen, een moderne en grote brouwerij. We hebben dat niet kunnen
controleren omdat we 5 minuten na sluitingstijd arriveerden. Het bier van het
trappistenklooster net over de grens in Frankrijk op de Mont de Cats, wordt
gebrouwen bij de Belgische monniken van het trappistenklooster in Chimay. Het
bier mag zich trappistenbier noemen, maar behoort niet tot de harde kern van de
officiële trappistenbieren. Gebrouwen door een trappist in een
trappistenklooster voor een trappistenklooster is nog geen trappistenbier
begrijpt U.
Geen van ons
neemt een biertje mee bij brouwerij Cantillon. Maar dat geldt niet voor de
Spaanse toeristen. Hele dozen bier worden aangeschaft. T shirts en andere
spullen vinden gretig aftrek.
dinsdag, februari 10, 2015
Logeren in het Kommiezenkot
Ik ben met drie biervrienden op pad om brouwerijen te bezoeken in Vlaanderen. Een soort pelgrimage zonder God. Op vrijdag eten we in ‘t Hommelhof een restaurant in Watau dat gespecialiseerd is in koken met bier. Je kan daar alleen gerechten met bier bereid eten.
Om dicht in de buurt te verblijven heeft Bjorn kamers gehuurd in het Kommiezenkot in Poperinge. We zijn vergeten een kaart mee te nemen en internet werkt op geen van onze telefoons. De mevrouw van Garmin kent geen Kommiezenkot en Booking.com geeft een verkeerd adres op. Nadat we een paar blokjes en wat heen en weer hebben gereden (wel even een biertje onderweg gedronken) blijkt dat we al een keer of 4 langs het Kommiezenkot zijn gereden.
Onderin het Kommiezenkot is een aandoenlijk vijftigerjaren douane museum. In het cafe is een cel gebouwd waar je op gesloten kan worden in een boevenpak. We zitten hier precies op de grens, aan de overkant van de straat is het Frankrijk, daar spreken ze ook alleen Frans.
“Podverdomme nog aan toe” We worden ontvangen door de eigenaar Wally, die luid vloekend aan de telefoon binnen komt. Wally is een enorme fan van Elvis Presley. Geen imitator maar iemand die van die muziek houdt. Al gauw is hij met Bjorn in gesprek over muziek uit die tijd. Wally wil wel graag met Bjorn zingen, die immers ook heel veel nummers uit die tijd kent. Bjorn geeft aan dat hij eventueel vanavond wel wil zingen.
Door de copieuze
maaltijd en de bieren komt het er die avond niet van dat Bjorn met Wally zingt.
Na het ontbijt bewonderen we de gitaren van Wally in zijn Penthouse met mooi
uitzicht over de heuvels. Hij is licht gehandicapt geraakt na een zware val een
paar jaar geleden. Hij oefent nu op een Dobro, een steel guitar.
Bjorn moet er toch aan geloven en een mooi duo is geboren Wally en Bjorn. Wally zet een bandnummer op, zingt in zijn ouderwetse microfoon en Bjorn zit quasi nonchalant op een barkruk op het toneel. Het klinkt eigenlijk best aardig, zo vroeg op de ochtend.
Na elk nummer wil Bjorn vertrekken, maar dan wordt weer een nummer opgezet. Eindelijk weet hij zich los te rukken, en we vertrekken snel richting Ieper. In de haast blijkt dat Bjorn zijn paspoort en creditcard heeft laten liggen in de Kommiezenkot. We zullen dus de volgende dag terug moeten om die op te halen. Mogelijk kan Bjorn dan nog even een nummertje zingen, vragen we ons af.
Bjorn moet er toch aan geloven en een mooi duo is geboren Wally en Bjorn. Wally zet een bandnummer op, zingt in zijn ouderwetse microfoon en Bjorn zit quasi nonchalant op een barkruk op het toneel. Het klinkt eigenlijk best aardig, zo vroeg op de ochtend.
Na elk nummer wil Bjorn vertrekken, maar dan wordt weer een nummer opgezet. Eindelijk weet hij zich los te rukken, en we vertrekken snel richting Ieper. In de haast blijkt dat Bjorn zijn paspoort en creditcard heeft laten liggen in de Kommiezenkot. We zullen dus de volgende dag terug moeten om die op te halen. Mogelijk kan Bjorn dan nog even een nummertje zingen, vragen we ons af.
donderdag, januari 15, 2015
Vreemd Thailand
Als je wat langer in een land verblijft gaan je eigenaardigheden opvallen. Soms zijn de dingen helemaal niet zoals ze lijken te zijn.
Op den duur merk je dat de meeste mensen je helemaal niet verstaan. Ze willen je best helpen want vriendelijk zijn ze bijna allemaal. Ze zeggen wel yes, maar dat is uit beleefdheid. Ze verwijzen om je behulpzaam te zijn graag naar verdiepingen of winkels waar het product wat je wil hebben ook niet te krijgen valt. Maar dan hebben ze je geholpen. Taxi chauffeurs kunnen Soi 22 alleen verstaan als je twotwo zegt en daarbij 2 maal 2 vingers opsteekt. Eigenaardig blijft dat heel weinig mensen die hun kost verdienen in de toeristenindustrie geneigd zijn om wat beter Engels te leren.
De vraag is of men eigenlijk wel zo geïnteresseerd is in die buitenlanders? Neem nu die meneer die me in de straat waar we wonen een dik voetballershorloge aanbiedt, een Rolex of zo. Niet zo bijzonder dat hij me aanspreekt, maar tien dagen lang elke dag soms tot drie keer toe? Als je nu in het vak zit van horlogeverkoper, dan is het toch handig als je na een paar keer van een klant weet dat ie niks wil kopen? Naast ons huis zit een oudere meneer die altijd op de geldautomaat wijst, als we langs lopen. En langslopen doen we, een keer of 20 per dag. Lijken alle buitenlanders op elkaar?
Gelukkig worden we door anderen wel herkend. In Soi 22 waar we een paar weken wonen zijn tientallen massagesalons. De mevrouwen van de massagesalons weten na een paar keer langs lopen dat ik niet zo'n potentiële klant ben. We groeten elkaar vriendelijk dat wel.
Het blijft verbazen hoe de Thai de hele dag het zelfde eentonige of nietszeggende werk kunnen doen. Winkelpersoneel hangt met z'n vijven rond op de afdeling onderbroeken. Mensen zitten in winkels te wachten tot er eens een klant langskomt. Imitatiepolitieagenten staan de hele dag het verkeer uit een parkeergarage te regelen. En dan hebben we het niet over een 38 urige werkweek maar over zeker het dubbele. Na het inwilligen van een verkiezingsbelofte is het minimumloon officieel 300 baht, een 8 euro per dag. Dat is voor Azië enorm hoog. Ter vergelijking: in Birma is het minimumloon 50 cent per dag. We kunnen ons niet aan de indruk onttrekken dat velen dat minimumloon niet verdienen.
Thaise mensen zijn gauw tevreden met hun lot. Mogelijk komt dat door het boeddhistisch geloof. Mensen accepteren hun bestaan. Hebben ze een baantje dan zijn ze daar tevreden mee. Wij als westerlingen willen steeds verder, hoger, meer. Wij zijn niet gauw tevreden met ons bestaan. We kunnen wel wat leren van de Thaise mens.
woensdag, januari 14, 2015
Verkeer
De eerste indruk die je krijgt van het verkeer is dat het zo
krankzinnig druk is. 6 banen auto's. Duizenden brommers. Uren van de dag
staat het verkeer helemaal vast. Een grote stinkbende. Als je op
sommige kruispunten het fijnstof zou meten, raken de meters verstopt.
Er wordt wel gezegd dat Bangkok de stad is met de meeste files ter wereld.
Op den duur gaat echter ook opvallen dat men enorm beleefd is in het verkeer. Ze toeteren niet, laten anderen voorgaan. Het fileleed wordt geaccepteerd en met z'n allen gedragen. Heel plezierig. Als je hier een paar honderd Hollandse automobilisten zou loslaten dan werd het binnen enkele uren moord en doodslag.
De Skystrain nemen is heerlijk. Lekker koel en snel. Hoog boven het verkeer zoef je naar een ander deel van de stad. Het is een groot succes de Skytrain, maar op sommige momenten zo druk dat je de trein nauwelijks inkomt. De Skytrain wordt vooral door de middenklasse, werkende buitenlanders en door toeristen gebruikt. Dat komt omdat de Skytrain relatief duur is. Een retourtje kost al gauw 70 Baht (1,60 euro).
De taxi's zijn hier bespottelijk goedkoop. Eigenlijk veel te goedkoop. De meter begint bij 35 baht (80 cent) en daar kom je al een eindje mee, dan loopt de meter heel langzaam op. Met z'n tweeën in de taxi is veel goedkoper dan de skytrain die boven de grond rijdt. Vaak wordt je in de taxi voor minder dan 1 euro vervoert. Het is dan ook niet raar dat taxichauffeurs met je een vaste prijs willen afspreken of willen onderhandelen over de prijs naar het vliegveld. Later op de avond weigeren heel veel chauffeurs de meter aan te zetten. Het is dan flink zoeken naar een taxi die de meter aan wil aanzetten. Welgestelde toeristen die een paar dagen in Bangkok zijn vinden het meestal heel redelijk voor een paar euro meer vervoert te worden. Helaas lijken wij een beetje veel op welvarende toeristen en zet men de meter niet aan. Dreigen met uitstappen is dan het enige dat helpt. Gisteren had de taxichauffeur een nieuwe variant. Hij had z'n meter verborgen onder een honkbalpetje. Dat haalde hij pas weg toen ik zei dat we uit wilden stappen.
We hebben hier door de drukste straten gefietst. Geen probleem. Behalve de bussen is de rest van het verkeer heel voorzichtig met die rare buitenlanders op de fiets. Geduld en behendigheid is wel vereist. Je moet soms wel 135 seconden wachten voor het rode licht en de wegen hebben soms enorme kuilen. Als fietser of brommer mag je ook gewoon tegen het verkeer in of op de stoep rijden. Alleen rechtsafslaan op de grote weg zoals Sukhumvit is op de fiets niet te doen. Te gevaarlijk.
Hier en daar is een poging gedaan om het fietsen iets te vergemakkelijken, door een soort fietspaden op de stoep te schilderen. Daarop heb ik echter in de laatste maand geen fietser gezien. Grootste probleem bliijft de luchtverontreiniging. Lekker diep ademhalen voelt als een aanslag op je luchtwegen. Jago rijdt met een speciaal filter voor zijn mond. Als hij een paar keer naar zijn werk is gefietst is het filter helemaal zwart.
Op den duur gaat echter ook opvallen dat men enorm beleefd is in het verkeer. Ze toeteren niet, laten anderen voorgaan. Het fileleed wordt geaccepteerd en met z'n allen gedragen. Heel plezierig. Als je hier een paar honderd Hollandse automobilisten zou loslaten dan werd het binnen enkele uren moord en doodslag.
De Skystrain nemen is heerlijk. Lekker koel en snel. Hoog boven het verkeer zoef je naar een ander deel van de stad. Het is een groot succes de Skytrain, maar op sommige momenten zo druk dat je de trein nauwelijks inkomt. De Skytrain wordt vooral door de middenklasse, werkende buitenlanders en door toeristen gebruikt. Dat komt omdat de Skytrain relatief duur is. Een retourtje kost al gauw 70 Baht (1,60 euro).
De taxi's zijn hier bespottelijk goedkoop. Eigenlijk veel te goedkoop. De meter begint bij 35 baht (80 cent) en daar kom je al een eindje mee, dan loopt de meter heel langzaam op. Met z'n tweeën in de taxi is veel goedkoper dan de skytrain die boven de grond rijdt. Vaak wordt je in de taxi voor minder dan 1 euro vervoert. Het is dan ook niet raar dat taxichauffeurs met je een vaste prijs willen afspreken of willen onderhandelen over de prijs naar het vliegveld. Later op de avond weigeren heel veel chauffeurs de meter aan te zetten. Het is dan flink zoeken naar een taxi die de meter aan wil aanzetten. Welgestelde toeristen die een paar dagen in Bangkok zijn vinden het meestal heel redelijk voor een paar euro meer vervoert te worden. Helaas lijken wij een beetje veel op welvarende toeristen en zet men de meter niet aan. Dreigen met uitstappen is dan het enige dat helpt. Gisteren had de taxichauffeur een nieuwe variant. Hij had z'n meter verborgen onder een honkbalpetje. Dat haalde hij pas weg toen ik zei dat we uit wilden stappen.
We hebben hier door de drukste straten gefietst. Geen probleem. Behalve de bussen is de rest van het verkeer heel voorzichtig met die rare buitenlanders op de fiets. Geduld en behendigheid is wel vereist. Je moet soms wel 135 seconden wachten voor het rode licht en de wegen hebben soms enorme kuilen. Als fietser of brommer mag je ook gewoon tegen het verkeer in of op de stoep rijden. Alleen rechtsafslaan op de grote weg zoals Sukhumvit is op de fiets niet te doen. Te gevaarlijk.
Hier en daar is een poging gedaan om het fietsen iets te vergemakkelijken, door een soort fietspaden op de stoep te schilderen. Daarop heb ik echter in de laatste maand geen fietser gezien. Grootste probleem bliijft de luchtverontreiniging. Lekker diep ademhalen voelt als een aanslag op je luchtwegen. Jago rijdt met een speciaal filter voor zijn mond. Als hij een paar keer naar zijn werk is gefietst is het filter helemaal zwart.
woensdag, januari 07, 2015
Opa en Oma
Eli, (spreek uit op zijn amerikaans: I lie) onze eerste kleinzoon is geboren. Een mooi jongetje met veel haar en de oogopslag van zijn vader. Vandaag komen vader, moeder en Eli thuis.
Vlak na de geboorte in het ziekenhuis kunnen de vier grootouders en tante Kat het kind bewonderen door een raam op de couveuse afdeling. Eli doet zijn ogen open en ik zie Jago weer liggen 30 jaar geleden.
Het zijn voor ons emotionele momenten. Het is prachtig om dit met z'n allen mee te maken.
Iedereen, in ieder geval alle expats bevallen in een ziekenhuis. Bij de bevalling is alleen de aanstaande vader aanwezig. De rest van de familie kan er niet bij zijn. Wij wachten dan ook af en kijken om ons af te leiden naar domme dingen op de TV. O.a. een reportage over een ranch in Australië met 40000 koeien. We worden even na 8 uur savonds bericht dat Eli geboren is.
In uitstraling lijkt het internationale ziekenhuis lijkt meer op een hotel dan op een ziekenhuis. De gangen zien er uit als gangen van een mooi hotel. De kamers hebben nummers maar geen patientnamen erop, en de deuren zijn allemaal dicht. De eenpersoonskamers zijn ingericht met keukentje, ijskast, magnetron, eettafel, knots van een televisie en een bank waar de partner op kan slapen. De apparatuur is weggewerkt in de wand. Buiten het raam, op zes hoog is een tuin te zien, waar je rustig kunt wandelen. In de hal is een grote hotelbalie waar je kan betalen per creditcard. Het kost wel wat het verblijf hier.
Eli is een lekker, tot nu toe heel tevreden kereltje. 51 cm lang. Heel volgroeid, lange vingers met lange nagels, grote voeten.We zijn nog een paar weken hier en we gaan hem elke dag even zien. Met de andere grootouders hebben we afgesproken dat het onze taak is om ons kleinkind zoveel mogelijk te verwennen!
maandag, januari 05, 2015
Wonen in Bangkok
Ben je nog op reis als je langere tijd ergens woont? We blijven een maand in Bangkok. Sinds 25 jaar zijn we op reis niet zo lang op dezelfde plek gebleven. Je zegt wel eens tegen elkaar, "dit is een plek waar ik best langer wil blijven". Daar komt nooit wat van want het reisschema gebiedt dat je door moet. En terugkeren doe je niet zo gauw.
We logeren in het huis van Tony en Colleen. Vrienden van Jago die in ons huis hebben gewoond in Amsterdam. Zij zijn op vakantie in Australië. Het is een echt huis tegen een appartementencomplex aangebouwd. Aan de achterkant ligt een mooi zwembad en een zaaltje met wat toestellen (de gym).
We zijn in afwachting van ons kleinkind. En dus niet geneigd om meerdere dagen weg te gaan. Ook al omdat een vlucht met Air Asia even niet zo zorgeloos meer lijkt. Dus brengen we onze dagen door als stadbewoners die af en toe een uitstapje maken.
Zo zijn we met Jago naar de Imax bioscoop geweest om de laatste aflevering van de Hobbit in 3D te bekijken. Heftig vermaak, draken die door je haren vliegen en veldslagen die over je heen rollen!
Een paar dagen geleden hebben we een boottocht gemaakt met Jago en Merritt, haar ouders en zus met aanhang. In een riverboat, een brede kano met een open automotor en een propellor aan een lange stang achter de boot. Heel mooi varen over de Klongs (kanalen) en de rivier rond Bangkok. Er wordt tot op het water gewoond. De huizen zijn vaak rommelig en scheefgezakt. Sommige plekken zijn prachtig, op andere oevers is het een grote plastic vuilnisbelt.
Kat, de zus van Merritt zwaait naar iedereen, en ze zwaaien allemaal terug. Over de rivier van Bangkok varen ook veerboten die om de paar honderd meter aanleggen. Bij terugkomst worden we door onze schipper afgezet op een pier in de oude stad vlak bij het paleis en de grote boeddha. Er passeert ons een veerboot volgepakt met mensen. Je houdt je hart vast als je dat ziet. Dit moet een keertje fout aflopen. Bij de pier staan honderden mensen in de rij om de volgende boot te nemen. De meesten die staan te wachten zijn toeristen. We prijzen ons gelukkig dat we niet op de veerboot hoeven te stappen.
Zondag zijn we met Jago wezen fietsen in de groene long van Bangkok. Een gebied over de rivier waar geen hoogbouw is en waar de tijd lijkt te hebben stilgestaan. We gaan naar de overkant met een klein bootje, waar wij en de fietsen net in passen. 20 baht per persoon, inclusief fiets. Aan de overkant zijn een paar wegen en vooral hele smalle betonnen paadjes op palen boven het waterige land. Je fietst soms zo bij mensen door de huiskamer. De bewoners vinden het wel geinig, die toeristen op de fiets. Ze groeten vriendelijk. We zijn hier wel eerder geweest, maar opvallend is hoeveel fietsers we nu tegenkomen. Voor de zondagochtend is het een heel acceptabel uitje om op de fiets wat rond te peddelen. Mensen met volledige wieleroutfit, inclusief mondmasker, bril en helm. Een vader met 2 zoontjes alle twee op een klein fietsje. Moeder zit achterop bij pa, ze kan kennelijk (nog) niet fietsen. Een heel oude meneer op een luxe mountainbike trapt heel langzaam in de zwaarste versnelling. Bij ieder bruggetje stapt hij af omdat het te steil is.
In de stad moet je soms 140 seconden wachten tot het groene licht komt. De meeste brommers en de enkele fietser die voorbijkomen, rijden door rood. Normaliter zou Jago ook door rood rijden, maar met zijn ouders is hij zorgzaam en blijft wachten. Hij vindt eigenlijk dat wij een helm op moeten zetten. Die is verplicht in Thailand. Eigenwijs als we zijn doen we dat natuurlijk niet voor zulke kippenstukjes.
maandag, december 29, 2014
Thaise kookles
Mijn telefoon gaat. Even houdt iedereen op met koken en kijkt onze kant uit. We zijn op een Thaise kookcursus, en bij het voorstellen hebben we uitgelegd dat we in afwachting zijn van een kleinkind dat elk moment kan komen.
loos alarm! Het is de mevrouw van de brillenwinkel die opbelt om te vertellen dat mijn nieuwe montuur voor mijn zonnebril klaar is. We kunnen dus gewoon door blijven koken.
We zijn dus op kookles. Eerst wat warenkennis op de markt. Soorten peper, soorten gemberwortel, kleine en heel kleine aubergines, knoflook enz.
Dan zijn we anderhalfuur aan het klein snijden en stampen. Vier gerechten worden voorbereid, die dan later buiten gekookt worden. Alles moet heel fijn worden gesneden. Daarna in de vijzel worden geplet en gemengd. Je moet flink stampen. Als je kookt moeten de buren dat kunnen horen. De kookmevrouw doet het me een paar keer voor. Ze vindt dat ik de stamper te soft hanteer.
Er wordt heel hygiënisch en schoon gewerkt. Alles heel verzorgd. Je hoeft je bordjes met ingrediënten niet eens zelfs daar buiten te brengen.
Buiten koken we op woks op gas. Vooral de volgorde van het toevoegen van de ingrediënten is leerzaam. Ze voegen de kokosmelk veel eerder toe dan ik gewend ben.
Al met al een leuk en leerzaam uitstapje. Het resultaat van al dat gewok is zoveel eten dat we het niet op kunnen. Alleen de jongen uit San Francisco eet alles op. De Zwitser zegt tegen zijn Duitse vriend dat de viskoekjes naar "gummi" smaken.
En hoe smaakte het? We vonden het alletwee te zoet. Iemand had er te veel suiker ingegooid. Gisteren bij de Thai in Soi 22 waar we wonen was het veel lekkerder.
loos alarm! Het is de mevrouw van de brillenwinkel die opbelt om te vertellen dat mijn nieuwe montuur voor mijn zonnebril klaar is. We kunnen dus gewoon door blijven koken.
We zijn dus op kookles. Eerst wat warenkennis op de markt. Soorten peper, soorten gemberwortel, kleine en heel kleine aubergines, knoflook enz.
Dan zijn we anderhalfuur aan het klein snijden en stampen. Vier gerechten worden voorbereid, die dan later buiten gekookt worden. Alles moet heel fijn worden gesneden. Daarna in de vijzel worden geplet en gemengd. Je moet flink stampen. Als je kookt moeten de buren dat kunnen horen. De kookmevrouw doet het me een paar keer voor. Ze vindt dat ik de stamper te soft hanteer.
Er wordt heel hygiënisch en schoon gewerkt. Alles heel verzorgd. Je hoeft je bordjes met ingrediënten niet eens zelfs daar buiten te brengen.
Buiten koken we op woks op gas. Vooral de volgorde van het toevoegen van de ingrediënten is leerzaam. Ze voegen de kokosmelk veel eerder toe dan ik gewend ben.
Al met al een leuk en leerzaam uitstapje. Het resultaat van al dat gewok is zoveel eten dat we het niet op kunnen. Alleen de jongen uit San Francisco eet alles op. De Zwitser zegt tegen zijn Duitse vriend dat de viskoekjes naar "gummi" smaken.
En hoe smaakte het? We vonden het alletwee te zoet. Iemand had er te veel suiker ingegooid. Gisteren bij de Thai in Soi 22 waar we wonen was het veel lekkerder.
maandag, december 22, 2014
Selfie

Hier in Siem Reap zijn meer dan 500 hotels. Iedereen komt hier voor een paar dagen naar de mooie tempels kijken. Het is ongegeneerd toeristisch. Prima, de arme bevolking verdient er aardig wat aan.
Je ziet ze steeds meer, mensen met een telefoon of camera op een sellfiestick. Vroeger nam je een foto van je reisgezelschap en zij van jou voor de bezienswaardigheid. Dan kon je laten zien dat je er geweest was.
Mensen die met een seflie stick rondlopen nemen soms alleen maar selfies. Ziet men iets memorabels dan wordt stilgehouden,vervolgens keert het gezelschap het beeld de rug (kont) toe en met de selfiestick wordt een foto genomen. Voortdurend moet er een bewijs worden vastgelegd van dat de maker er geweest is.
Resultaat is meestal een groot vrolijk hoofd voor een mogelijk interessant ding ver in de achtergrond. Doet me altijd aan wethouder Hekking denken die zich vlak voor de camera posteerde. En stemt me filosofisch.
Een fietstochtje door Angkor Wat
Om 4 uur gaat de wekker. We zijn voor een dag of wat naar Cambodja. We moeten vroeg op want we gaan naar de zonsopkomst kijken bij Angkor Wat. Angkor Wat en de gebouwen in de buurt vormen het grootste tempelcomplex ter wereld. Ook de reden dat Siem Reap een gezellige zeer toeristische plaats is. Na de zonsopkomst maken we een fietstocht met gids. De fietstocht is ons aangeboden door Merritt en Jago die hem vorige jaar hebben gemaakt toen Merritt een reportage maakte voor haar werk.
We hebben met z'n tweetjes een gids en een chauffeur. Sam, onze gids blijkt reuze handig in het vermijden van de grootste drukte. Hij weet altijd wel een paadje binnendoor, of een andere poort aan de achterkant. Sam is nog wat geblesseerd van een val toen hij een vrachtauto met dronken chauffeur moest vermijden in Vietnam.
Er trekt een eindeloze stoet van busjes en van tuktuks in het donker van Siem Reap naar de tempels. Een groot deel van de toeristen wil bij de zonsopgang aanwezig zijn. De tuktuks in Siem Reap zijn een soort vierspan karren met een brommer ervoor.
Angkor Wat is een van oorsprong hindu temple uit de twaalfde eeuw. Later is de tempel boeddhistisch geworden. Omgeven door een gracht waarin een mooie weerspiegeling is te zien.
Na Angkor Wat fietsen we via paadjes door bossen en tussen rijstvelden door en komen we bij de Westingang van Angkor Thom. Angkor Thom is de vroegere stad van de Koning uit de twaalfde eeuw. Middenin staat Bayon een enorme oude tempel. Tientallen enorme hoofden zijn uitgehouwen. Vermoedelijk moeten ze niet een god maar het portret van de koning weergeven. Op veel plaatsen is er later aan de standbeelden het een en ander veranderd, een derde oog toegevoegd in het voorhoofd een extra paar armen e.d. Dan leek het meer hindu. Een paar weken geleden is een Nederlandse vrouw uitgegleden en tegen een beeld aangekomen, dat beeld is toen voor de helft naar beneden gevallen. Een zwak karma!
Voortdurend heb ik een deja vu gevoel, net of ik al eens eerder in de tempels ben geweest. Voor iedereen die Tomb Raider heeft gespeeld of de film heeft gezien, komen deze tempels heel bekend voor.
Nog sterker geldt dat voor Ta Prohm. In de wandel wordt die ook wel de Tomb Raider tempel genoemd. De tempel is behoorlijk in verval en prachtig overwoekerd door bomen. Om de buurt nemen toeristen foto's van de sites waar Lara Croft van Tomb Raider heeft gestaan.
Voordat we naar Ta Prohm gaan nam Sam ons mee naar een tempel die evenzeer in verval was, en waar ook bomen tussen de stenen door groeiden. Daar was niemand. Lara Croft was daar dan ook niet geweest. Hoe toeval een toeristenstroom kan sturen!
Sam vertelde dat Ta Prohm zoals zoveel hier op de werelderfgoedlijst staat. Let wel de stenen en niet de bomen. Een deel is heel mooi gerestaureerd, maar ze kunnen niet verder want dan zouden de bomen moeten worden gekapt. En dan blijven de toeristen weg. Ik moest aan de kastanje van Anne Frank denken.
Aan het eind van onze tocht fietsen we de poort van de overwinning door en niet de andere oostelijke poort, de poort van het verlies. Mocht je overlijden binnen de vier muren van de vroegere stad, dan wordt door die poort naar buiten gedragen.
Al met al een heerlijke fietsdag, met veel geklauter in de tempels. We zijn heel content. Leonie haar nieuwe knie heeft het goed gehouden!
dinsdag, december 16, 2014
Met de bus in Thailand
We zijn met de bus naar Koh Chang geweest.Het openbaar vervoer in Thailand blijft verrassend. Er heerst een volstrekt andere logica dan ik als westerling gewend ben. Normaliter doe je het volgende als je de bus neemt: zoek op op internet wanneer de bus gaat en wat het kost, ga naar de bushalte, koop een kaartje, stap in, en kom aan op de afgesproken plek.
Zoek je op het internet naar timetables van een bus, dan vind je eigenlijk alleen maar reclame om niet die bus, maar andere veel handiger particuliere busjes te nemen. Officieel lijkende websites geven alleen informatie hoe op Koh Chang te komen, helemaal niet over hoe je eraf komt. Bij het oostelijke busstation van Bangkok Ekkemai, heeft elke buslijn haar eigen loket! Ook de elkaar beconcurrende lijnen. Koop je dus een kaartje bij het ene loket dan kan je om 11:00 naar Pattaya, bij het andere loket dan moet je wachten tot 16:00.
Heel veel is door particulieren geregeld. Naar Koh Chang varen 2 ferries, vanaf verschillende havens van het vaste land naar verschillende havens in Koh Chang. De ene vaart met roestbakken en doet er 45 minuten over de andere met iets betrouwbaarder materiaal en die doet er 35 minuten over. Zie je informatie over de ene ferry, dan wordt vaak de andere helemaal niet genoemd. Leuk is de uitgebreide kaart die bij de haven hangt, daar staat de andere ferry ook helemaal niet op. Ze houden elkaar wel goed in de gaten. Beiden hebben de laatste jaren de prijzen verlaagd. Ook leuk is dat de Koh Chang Ferry Pier en de Ferry Pier Koh Chang 2 verschillende pieren zijn.
Op Koh Chang reis je in open taxibusjes, vaak met 12 mensen erin en de bagage bovenop. Onze taxichauffeur kreeg nog een lucratief vrachtje en hop toen gingen we met z'n allen opeens bergop de rimboe in naar een mooie waterval met olifanten. En daarna met z'n allen minus 2 wandelaars terug de berg af. Toen we bij de boot aankwamen, konden we hardlopend (nou ja ons iets sneller dan normaal voorbewegend) nog net mee. Als we de boot missen, missen we de bus en als we de bus missen, moeten we in onderhandeling met een taxi of taxibusje om ons naar Bangkok te brengen 350 km verderop.
Overal staat aangegeven dat de Governement bus om 2 uur en om 4 uur gaat. "Iedereen" weet dat de bus pas om 2:15 vertrekt, en onzeker is of de bus van 4 uur wel gaat. Officieel moet er ook nog een derde bus rijden, maar die heeft nog niemand ooit gezien.
Hoelang de busreis gaat duren is niet bekend. Officieel 4:30, maar dat hebben ze in jaren niet gehaald. Of hij een omweg langs het vliegveld maakt is afhankelijk van of er passagiers zijn die een kaartje naar het vliegveld hebben gekocht.
Een grote airco bus reist best prettig. lezen en een beetje slapen is goed mogelijk. Voor de prijs hoeven we het niet te laten, om van het hotel op Koh Chang naar het hotel in Bangkok te komen zijn we een euro of 7 kwijt. En dan heb je in 4 verschillende middelen van vervoer gezeten.
zondag, december 14, 2014
Air Asia
Al eens bij Air Asia geboekt? Al eens een stresstest met glans doorstaan? Dacht je dat boeken bij Ryan Air een crime is?
Vliegen met Air Asia is goedkoop, meestal op tijd en met nieuwe vliegtuigen. Daarover geen klachten. Maar voordat je zover bent moet je wel talloze hobbels nemen.
Ik ben net een uur bezig geweest op een boardingpas te printen voor een vlucht van Bangkok naar Siem Reap in Cambodja. Gisteren was ik er na een half uur uit frustratie maar opgehouden.
Bij elkaar heb ik gisteren en vandaag tweeenzeventig keer(72) keer Netherlands uit een dropdown menu aangevinkt. Dat komt omdat het steeds mis gaat, en omdat ik moet aangeven dat Leonie en ik in Netherlands geboren zijn, in Netherlands wonen en dat ons paspoort in Netherlands uitgegeven is.
En dan te bedenken dat ik al op een inlog scherm en bij boeking heb aangegeven dat ik uit Netherlands kom en daar ook nog woon.
Bij boeking van je ticket begin je met een hele lage prijs. Aan het einde van de rit heb je door allerlei extra's je ticketprijs bijna verdubbeld. Je moet betalen voor drank, eten, koffer meenemen, plaats kunnen boeken, plaats in vliegtuig enz. En elke keer wordt aangenomen dat je wel een annuleringsverzekering wil. Die is alleen uit te zetten als je heel nauwkeurig leest en op twee pagina's een verborgen knop aanklikt.
Maar goed heb je eenmaal geboekt dan kan je een paar dagen voor vertrek je boardingpas printen. Goeie service, maar je moet dan begint het gedonder opnieuw.
Maar het kan erger:
Twee jaar geleden hadden we een vlucht geboekt met AirAsia van Phuket naar Bali. Die ging niet door want ze stopten met vliegen tussen Phuket en Bali. Verder hoorden we niks van ze. Toen ik vroeg of zij het betaalde bedrag wilden terugstorten werd dat verzoek afgewezen. Zij zagen geen geldige reden daarvoor. Wel kon ik opnieuw een verzoek indienen voor het terugvorderen van de betaalde vliegtuigbelasting. Als ik tenminste een geldige reden kon aangeven waarom ik niet wilde vliegen!
Toch blijven we met ze vliegen. Ach als je eenmaal je pas hebt dan valt het allemaal best mee.Ze vliegen overal heen. En ze zijn goedkoop. Ons goedkoopste ticket met Air Asia was van Kuala Lumpur naar Penang en in Maleisie. Een uurtje vliegen. Ons ticket kostte een (1 ) dollar, inclusief toeslagen kwam dit uit op vijftien (15) dollar. En dan neem je zo'n website voor lief.
Vliegen met Air Asia is goedkoop, meestal op tijd en met nieuwe vliegtuigen. Daarover geen klachten. Maar voordat je zover bent moet je wel talloze hobbels nemen.
Ik ben net een uur bezig geweest op een boardingpas te printen voor een vlucht van Bangkok naar Siem Reap in Cambodja. Gisteren was ik er na een half uur uit frustratie maar opgehouden.
Bij elkaar heb ik gisteren en vandaag tweeenzeventig keer(72) keer Netherlands uit een dropdown menu aangevinkt. Dat komt omdat het steeds mis gaat, en omdat ik moet aangeven dat Leonie en ik in Netherlands geboren zijn, in Netherlands wonen en dat ons paspoort in Netherlands uitgegeven is.
En dan te bedenken dat ik al op een inlog scherm en bij boeking heb aangegeven dat ik uit Netherlands kom en daar ook nog woon.
Bij boeking van je ticket begin je met een hele lage prijs. Aan het einde van de rit heb je door allerlei extra's je ticketprijs bijna verdubbeld. Je moet betalen voor drank, eten, koffer meenemen, plaats kunnen boeken, plaats in vliegtuig enz. En elke keer wordt aangenomen dat je wel een annuleringsverzekering wil. Die is alleen uit te zetten als je heel nauwkeurig leest en op twee pagina's een verborgen knop aanklikt.
Maar goed heb je eenmaal geboekt dan kan je een paar dagen voor vertrek je boardingpas printen. Goeie service, maar je moet dan begint het gedonder opnieuw.
Maar het kan erger:
Twee jaar geleden hadden we een vlucht geboekt met AirAsia van Phuket naar Bali. Die ging niet door want ze stopten met vliegen tussen Phuket en Bali. Verder hoorden we niks van ze. Toen ik vroeg of zij het betaalde bedrag wilden terugstorten werd dat verzoek afgewezen. Zij zagen geen geldige reden daarvoor. Wel kon ik opnieuw een verzoek indienen voor het terugvorderen van de betaalde vliegtuigbelasting. Als ik tenminste een geldige reden kon aangeven waarom ik niet wilde vliegen!
Toch blijven we met ze vliegen. Ach als je eenmaal je pas hebt dan valt het allemaal best mee.Ze vliegen overal heen. En ze zijn goedkoop. Ons goedkoopste ticket met Air Asia was van Kuala Lumpur naar Penang en in Maleisie. Een uurtje vliegen. Ons ticket kostte een (1 ) dollar, inclusief toeslagen kwam dit uit op vijftien (15) dollar. En dan neem je zo'n website voor lief.
| Ook leuk: als de buschauffeur zich verveelt, kan hij altijd nog de TV aanzetten |
Koh Chang revisited
We zijn voor een derde keer op Koh Chang. Koh Chang is een eiland voor de ZO kust van Thailand. In de buurt van Cambodja. Je komt er met de bus van Bangkok in een uur of zes. Daarna met het veer en ten slotte in een open taxi naar je hotel.
De eerste keer dat we hier kwamen was 8 jaar geleden. We reisden toen met een rugzakje. We hadden niet de VIP bus, maar een slome bus waar voortdurend mensen in en uitstapten.En verbleven in een hippie resort op houten palen in een hutje met rieten dak. Zonder zwembad en andere gemakken. Beetje rondhangen,biertje drinken en naar zee staren met een paar andere Hollanders.
De tweede keer waren we er 2 jaar geleden. Na het huwelijk van Jago en Merritt. Met een soort collectieve huwelijksreis rond de kerstdagen. Een veel beter resort in een aardig huisje.
Heel knus zo met z'n allen ontbijten en rondhangen.
Nu is dan de derde keer. Voor een zacht prijsje in het best scorende hotel van Koh Chang. Voor het ontbijt ligt Leonie in het zwembad van 50 meter. 30 baantjes trekken. Het ontbijt is zoals het hoort bij een 5 sterren hotel. Veel te veel en veel te lekker, met absurd slechte Buisman koffie. Heerlijke niet te warme zee. Het is idioot stil in het dorp en het hotel. Heerlijk weer, bijna hoogseizoen en toch is het hotel voor driekwart leeg. Het is dat er een groep Russen is anders was het wel erg stil.
Als we zeggen dat het eiland zo veranderd is de laatste jaren, dan klopt dat wel een beetje. Maar mogelijk is onze manier van reizen nog meer veranderd. Ach genieten we doen we nog steeds gelukkig.
Eind 2014, weer op reis
Veel van het zelfde maar toch geheel anders
Deze herfst zit stompvol "major life events". Leonie een nieuwe knie, alletwee met pensioen, Beyke en Laura komen boven wonen en natuurlijk het belangrijkste: we worden grootouders.
We gaan naar Bangkok, maken af en toe een reisje, maar blijven in de buurt. Het kind van Merritt en Jago is eind van het jaar uitgerekend.
Merritt heeft tot nu toe een ongecompliceerde zwangerschap. Ze blijft doorwerken tot zo ongeveer de laatste dag. We zijn benieuwd!
vrijdag, januari 03, 2014
The Wild Lodge
We zijn een paar dagen met Jago op pad. De stad uit. Het is een paar uur rijden naar de Wild Lodge. Een terrein waar kampen worden georganiseerd. We wonen in de Lodge, twee grote houten huizen van twee verdiepingen. De hele indeling is bewust simpel gehouden. Geen airco, een buitendouche, geheel geen luxe. Maar de ruimtes zijn prachtig. Ik zit dit te tikken in geheel houten kamer van 6 bij 15 meter. Verderop zit Leonie in een opastoel en ligt Jago op de bank. Op het balkon hebben genoten van de zonsondergang achter de bergen. Op de rest van het terrein staan huisjes waar kinderen of anderen die een kamp volgen kunnen wonen. Er is een kabelbaan, klimtoren, kampeerveld. In totaal kunnen hier een honderd kinderen verblijven. Er is allerlei Thais personeel aanwezig, 24 uur bewaking, tuinman, schoonmaak. We zijn de enige gasten. Nu worden er nog geen kampen georganiseerd. Het terrein ligt naast het natuurpark Khao Yai National Park. In dit park leven nog olifanten in het wild.
Jago kan hier voor niets naar toe. Hij is hier vaker geweest met de school waarop hij werkte. Kent de eigenaar inmiddels goed en maakt ook de websites voor hem. Het is voor ons even wennen na het 5 sterren gepamper van de laatste weken, maar het bevalt enorm goed. Lekker zwembad is erbij, met een betere temperatuur dan het water in Bangkok.
Vanochtend een mountainbiketocht gemaakt. Op fietsen van de Lodge. Jago is in zijn element. Is wel wat bezorgd voor zijn oude ouders. "stap maar even af, dit is een nogal technische passage".
We moeten nog wel een extra deken regelen want de nachten zijn hier behoorlijk fris. Lekker eigenlijk wel, als je genoeg dekens hebt. We zouden niet durven te klagen dat we het koud hebben.
Old Year in Bangkok
Dit jaar vieren we oudjaar in Bangkok. Jago en Merritt hebben iets speciaals geregeld voor deze avond. We dineren in het Grand Hyatt. Vrienden werken voor het Hyatt, dus we zitten daar tussen personeelsleden aan een ronde tafel buiten bij het zwembad. Een absurd uitgebreid buffet wordt geserveerd. Alle drank inbegrepen, dus de wijn wordt de hele avond bijgeschonken. In het begin is alles nogal stijfjes, maar de stemming wordt steeds wat joliger. Alleen hoe zorg je ervoor niet teveel te eten als je 4 uur aan tafel zit tussen zoveel lekkers. Naast ons staat een ijsbar. Dat is een bar van een meter of vijf die helemaal van ijs is gemaakt, inclusief ijsemmers.
Als we om half twaalf even naar buiten gaan blijkt voor de deur, het kruispunt met Sukhumvit vol te staan met tienduizenden mensen. Heel vriendelijk en heel gezellig. Als ze nou zo demonstreren dan kan het helemaal geen kwaad, denk ik nogal naif.
Tegen twaalven mogen we mee naar boven. Een bijzonder privilege. Er wordt voor het management en een paar speciale gasten champagne geschonken op het helicopterdeck. Dat is 20 hoog en dan nog een trap of vijf omhoog. Bovenop hebben we uitzicht rondom. Beneden ons zien we de tienduizenden mensen staan. Het georganiseerde vuurwerk is grandioos en wordt van een terrein vlak naast ons afgestoken. Duizelig worden we van het rondjes draaien om naar alle kanten te kijken.
Na afloop van de festiviteiten worden we door een limousine van het Hyatt naar ons hotel gebracht. De rechtstreekse weg is afgesloten, maar de chauffeur racete ons via een omweg in de Mercedes naar huis.
PS: Elk gerenommeerd hotel in Bangkok heeft een helicopterdeck. Tientallen zijn er in de stad. Ze worden echter helemaal niet gebruikt. Vliegen in de stad is nu verboden
Net Singapore
Heerlijk zo'n nette stad! Stoepen, wegen, bewegwijzering. Alles is hier geregeld. Geen gaten in de weg, geen vuilnis op straat, geen graffiti, geen bedelaars. En dat vliegveld! Een plezier om daar te vertrekken. Net Schiphol, maar dan beter. Groot is de stad wel.
Dat het goed gaat met de stad dat willen ze graag tonen. Helaas was een verblijf in Marina Bay ver boven onze begroting. Dit nieuwe complex met drie enorme torens heeft een krankzinnig groot zwembad op het dak. Een soort neergedaalde boot. Bij het complex is een shopping mall, voor het grootste deel onder de grond. Daarin kan je je (op -2) in een gondel laten vervoeren. Achter Marina Bay is een prachtige botanische tuin, voor de helft uitgestorven, voor de ander helft stampvol met bustoeristen.
Het verblijf in Singapore beviel ons dus wel. Lekker zwembad bij het hotel aan de Clark Quay. Met heel veel eethuizen in de buurt. Elke dag weer een feest om je restaurant voor die dag uit te zoeken. Favoriet was toch wel Brussels Sprouts met 100 Belgische bieren, kaaskroketten en stoofvlees. We bedachten dat we hier wel eens terug komen. Toch hebben we na een paar dagen in zo'n nette stad weer zin in het rommelige luidruchtige Bangkok.
zaterdag, december 21, 2013
Het vliegveld van Bali deel twee
"Dan is het vast allemaal goed geregeld" zei Leonie vorige keer op het nieuwe vliegveld van Bali.
Het is soms beter dat je van te voren niet weet wat je te wachten staat. Met Air Asia vliegen we van Darwin naar Bali. In Darwin werkt het computersysteem niet. Eerst wordt een uurtje geprobeerd het systeem weer aan de praat te krijgen. Als dat niet lukt, worden alle boardingpassen met de hand uitgeschreven. Voor sommigen in de rij betekent dat meer dan 2 uur wachten. Uiteindelijk hebben we maar een uurtje vertraging en komen we om 10 uur avonds op Bali aan. Wel heeft Air Asia vergeten formulieren mee te nemen die je moet vullen om een visum voor Indonesië te krijgen.
Dit keer kunnen we de weg op het vliegveld van Bali wel makkelijk vinden. En met ons duizenden anderen. Vliegtuigladingen uit alle windstreken worden zo ongeveer op het zelfde moment afgeleverd. Wat wil je ook het hoogtepunt van het jaar: kerst op Bali. Eerst moet je 25 dollar betalen om een inreisvisum te krijgen. Dat betekent een halfuurtje in de rij staan. Terwijl ik in de rij sta, gaat Leonie op zoek naar de inreis formulieren. Na vijftien minuten komt ze daarmee opgedoken uit de immense mensenmassa. Met het formulier en het bewijs van betaling naar de paspoortcontrole met zo'n zigzag rij tussen touwen door.
Even uitgerekend hoeveel mensen er voor ons in de rij staan: minstens 1000! Geduldig wachten, papieren invullen en je niet boos maken. Na de pascontrole wordt je koffer nog eens geXrayed.
Buiten de uitgang staan honderden chauffeurs van hotels bordjes met namen op te houden. Daartussen lopen tientallen snorders die je wel hun taxi willen meenemen. Er is een officiële vervoerder die het alleenrecht heeft voor vervoer vanaf de luchthaven, maar die heeft het zo slecht geregeld dat de gewone taxichauffeurs daarvan gebruik maken.
Het is regenseizoen hier en dat is te merken, overal lekt het dak en is de grond spekglad. Welkom op Bali. Maar ach denken we een uurtje later op onze hotelkamer wat smaakt de Bintang weer lekker.
Het is soms beter dat je van te voren niet weet wat je te wachten staat. Met Air Asia vliegen we van Darwin naar Bali. In Darwin werkt het computersysteem niet. Eerst wordt een uurtje geprobeerd het systeem weer aan de praat te krijgen. Als dat niet lukt, worden alle boardingpassen met de hand uitgeschreven. Voor sommigen in de rij betekent dat meer dan 2 uur wachten. Uiteindelijk hebben we maar een uurtje vertraging en komen we om 10 uur avonds op Bali aan. Wel heeft Air Asia vergeten formulieren mee te nemen die je moet vullen om een visum voor Indonesië te krijgen.
Dit keer kunnen we de weg op het vliegveld van Bali wel makkelijk vinden. En met ons duizenden anderen. Vliegtuigladingen uit alle windstreken worden zo ongeveer op het zelfde moment afgeleverd. Wat wil je ook het hoogtepunt van het jaar: kerst op Bali. Eerst moet je 25 dollar betalen om een inreisvisum te krijgen. Dat betekent een halfuurtje in de rij staan. Terwijl ik in de rij sta, gaat Leonie op zoek naar de inreis formulieren. Na vijftien minuten komt ze daarmee opgedoken uit de immense mensenmassa. Met het formulier en het bewijs van betaling naar de paspoortcontrole met zo'n zigzag rij tussen touwen door.
Even uitgerekend hoeveel mensen er voor ons in de rij staan: minstens 1000! Geduldig wachten, papieren invullen en je niet boos maken. Na de pascontrole wordt je koffer nog eens geXrayed.
Buiten de uitgang staan honderden chauffeurs van hotels bordjes met namen op te houden. Daartussen lopen tientallen snorders die je wel hun taxi willen meenemen. Er is een officiële vervoerder die het alleenrecht heeft voor vervoer vanaf de luchthaven, maar die heeft het zo slecht geregeld dat de gewone taxichauffeurs daarvan gebruik maken.
Het is regenseizoen hier en dat is te merken, overal lekt het dak en is de grond spekglad. Welkom op Bali. Maar ach denken we een uurtje later op onze hotelkamer wat smaakt de Bintang weer lekker.
The Ashes
"They won the Aussies!" Verpletterd zijn de Engelsen. The Ashes is een serie van maximaal 5 cricket wedstrijden tussen Engeland en Australië die al sinds 1882 worden gespeeld. The Ashes is een vijftien cm hoge urn met as. Wat voor as er in de urn zit is onduidelijk. Ze zeggen dat het de as van een cricket bal is of zoiets, maar het zou ook een damesonderjurk kunnen zijn. Sportgek zijn ze in dit land en de Ashes is voor velen de belangrijkste trofee die er is.
Elke wedstrijd duurt minstens een dag of drie. Wie drie wedstrijden heeft gewonnen wint de Ashes. Wedstrijden worden voorzien van commentaar de gehele dag uitgezonden. Tijdens Lunch en Tea wordt de wedstrijd uitvoerig geanaliseerd. Rond de Oval zitten zo'n 40000 mensen. In de 40 graden, de hele dag. Bij een Roadhouse 150 km van de rest van wereld verwijderd, kan ik net het begin van de wedstrijd zien die dag. Gehaast komt een Australiër binnen rennen en roept "Who is batting?"
Langzamerhand heb ik een deel van de spelregels onder de knie gekregen. Nu ik voor de derde keer de Ashes volg, begrijp ik wel dat het eigenlijk een hele brute sport is. Bowlers gooien de bal met soms 150 kilometer per uur. Bij de Engelsen wordt een goeie batter afgevoerd omdat hij een bal direct op zijn tenen gegooid krijgt. Een van de batters van de Engeland is zo gepest en getreiterd dan hij na de eerste wedstrijd geknakt naar huis gaat en zich onder behandeling van een psychiater moet stellen. Een australier biedt vervolgens op de TV zijn excuses aan voor de opmerkingen. " als ik geweten had hij psychische problemen had, dan had ik hem natuurlijk niet gezegd dat hij er geen bal van kon". Een australier is bij de training op zijn vingers geslagen en speelt nu met aan elkaar getapede vingers. Natuurlijk proberen de engelsen hem precies op die vingers te raken. Wat nog lukt ook. Au, denk het hele stadion.
Tijdens de eerste inning van de eerste wedstrijd werd Engeland helemaal weggespeeld. Niemand had nog zo iets gezien. Engeland was volledig van slag.
Hadden de Australiers dat verwacht? Nee helemaal niet. Engeland won al jaren alles met overmacht. De Australische coach was een half jaar geleden ontslagen en een aantal spelers bleek meer in de kroeg te zitten dan op het veld te staan. Zelden zulke verbaasde en vrolijke commentaren gehoord. De stand is nu dat Australië 32 keer de Ashes heeft gewonnen en de Engelsen 31 keer.
Elke wedstrijd duurt minstens een dag of drie. Wie drie wedstrijden heeft gewonnen wint de Ashes. Wedstrijden worden voorzien van commentaar de gehele dag uitgezonden. Tijdens Lunch en Tea wordt de wedstrijd uitvoerig geanaliseerd. Rond de Oval zitten zo'n 40000 mensen. In de 40 graden, de hele dag. Bij een Roadhouse 150 km van de rest van wereld verwijderd, kan ik net het begin van de wedstrijd zien die dag. Gehaast komt een Australiër binnen rennen en roept "Who is batting?"
Langzamerhand heb ik een deel van de spelregels onder de knie gekregen. Nu ik voor de derde keer de Ashes volg, begrijp ik wel dat het eigenlijk een hele brute sport is. Bowlers gooien de bal met soms 150 kilometer per uur. Bij de Engelsen wordt een goeie batter afgevoerd omdat hij een bal direct op zijn tenen gegooid krijgt. Een van de batters van de Engeland is zo gepest en getreiterd dan hij na de eerste wedstrijd geknakt naar huis gaat en zich onder behandeling van een psychiater moet stellen. Een australier biedt vervolgens op de TV zijn excuses aan voor de opmerkingen. " als ik geweten had hij psychische problemen had, dan had ik hem natuurlijk niet gezegd dat hij er geen bal van kon". Een australier is bij de training op zijn vingers geslagen en speelt nu met aan elkaar getapede vingers. Natuurlijk proberen de engelsen hem precies op die vingers te raken. Wat nog lukt ook. Au, denk het hele stadion.
Tijdens de eerste inning van de eerste wedstrijd werd Engeland helemaal weggespeeld. Niemand had nog zo iets gezien. Engeland was volledig van slag.
Hadden de Australiers dat verwacht? Nee helemaal niet. Engeland won al jaren alles met overmacht. De Australische coach was een half jaar geleden ontslagen en een aantal spelers bleek meer in de kroeg te zitten dan op het veld te staan. Zelden zulke verbaasde en vrolijke commentaren gehoord. De stand is nu dat Australië 32 keer de Ashes heeft gewonnen en de Engelsen 31 keer.
zondag, december 15, 2013
Een paar overdenkingen op de Stuart Highway
Vandaag gearriveerd in Katherine, we hebben nu het grootste deel van de Stuart Highway achter ons. Geen fietser hier gezien, toch is dit de geboorteplaats van Cadel Evans. En daar zijn ze trots op gezien het bord bij het binnenrijden. We begrijpen wel dat hij hier snel is weggefietst.
We zien langs duizenden kilometers Stuart Highway voortdurend mierenhopen. Soms om de paar meter zover we kunnen zien. Ze zijn piemelgroot tot soms wel 2 meter hoog. Langs de weg zijn ze vaak versiert met een T-shirt, bril, BHtje of mutsje. Dan lijken het net Hobbits. Na wat hoofdrekenen (daar heb je tijd voor als je uren langs de Stuart Highway rijdt) kom ik tot de schatting dat hier minstens 1 miljard van deze mierenhopen moeten staan!
Om de 100 km zijn er roadstations waar je kan tanken. Bij de meeste hangen Aborigionals rond. Een aantal roadhouses hebben hun beste tijd al flink wat jaren gehad. Soms zijn er prachtige verstofte interieurs met duizenden bankbiljetten, foto's en handtekeningen. Als je iets wil hebben moet je het aanwijzen. Ze zijn nogal bang voor diefstal. Als je naar de WC wil krijg je een sleutel mee. Toen de benzinepomp niet meer dan een halve liter benzine gaf, wilde de mevrouw niet naar buiten komen. Als ze haar winkeltje alleen laat, wordt het kennelijk meteen leeggeroofd. Waar alle roadhouses in overeenkomen is dat je alleen vet voedsel kan krijgen. Patat, frituur en zakken chips. Ik neem meestal een pie, Leonie helemaal niks. Koffie daar begint ze niet meer aan.
Op een gegeven moment kwam er onderweg wat bewolking opzetten. Er vormden zich rare ronde wolken in de vorm van een soepbord. Curieus om te zien. Toen we 100 km daarop gingen tanken bleek het roadhouse het centrum voor UFO's van Australie te zijn. Er waren daar de meeste UFO's van Australie waargenomen. Dat geeft te denken!
We hebben nu een paar keer in een warmwaterbron gezwommen. En dat blijkt als het 40 graden is helemaal niet zo verfrissend. Je koelt helemaal niet af en vlak na het zwemmen sta je weer te zweten als een paard. Het water wat uit de kraan komt is trouwens ook niet koud. Bij het douchen hoef je geen warm bij te mengen.
We zien langs duizenden kilometers Stuart Highway voortdurend mierenhopen. Soms om de paar meter zover we kunnen zien. Ze zijn piemelgroot tot soms wel 2 meter hoog. Langs de weg zijn ze vaak versiert met een T-shirt, bril, BHtje of mutsje. Dan lijken het net Hobbits. Na wat hoofdrekenen (daar heb je tijd voor als je uren langs de Stuart Highway rijdt) kom ik tot de schatting dat hier minstens 1 miljard van deze mierenhopen moeten staan!
Om de 100 km zijn er roadstations waar je kan tanken. Bij de meeste hangen Aborigionals rond. Een aantal roadhouses hebben hun beste tijd al flink wat jaren gehad. Soms zijn er prachtige verstofte interieurs met duizenden bankbiljetten, foto's en handtekeningen. Als je iets wil hebben moet je het aanwijzen. Ze zijn nogal bang voor diefstal. Als je naar de WC wil krijg je een sleutel mee. Toen de benzinepomp niet meer dan een halve liter benzine gaf, wilde de mevrouw niet naar buiten komen. Als ze haar winkeltje alleen laat, wordt het kennelijk meteen leeggeroofd. Waar alle roadhouses in overeenkomen is dat je alleen vet voedsel kan krijgen. Patat, frituur en zakken chips. Ik neem meestal een pie, Leonie helemaal niks. Koffie daar begint ze niet meer aan.
Op een gegeven moment kwam er onderweg wat bewolking opzetten. Er vormden zich rare ronde wolken in de vorm van een soepbord. Curieus om te zien. Toen we 100 km daarop gingen tanken bleek het roadhouse het centrum voor UFO's van Australie te zijn. Er waren daar de meeste UFO's van Australie waargenomen. Dat geeft te denken!
We hebben nu een paar keer in een warmwaterbron gezwommen. En dat blijkt als het 40 graden is helemaal niet zo verfrissend. Je koelt helemaal niet af en vlak na het zwemmen sta je weer te zweten als een paard. Het water wat uit de kraan komt is trouwens ook niet koud. Bij het douchen hoef je geen warm bij te mengen.
donderdag, december 12, 2013
Aboriginal Art
"Forbidden to photograph" staat er op het bordje bij de Berg Uluru. Deze plek is heilig voor de aboriginals. Wij hebben een wat ambivalente houding tegenover dit soort bescherming van de cultuur van de aboriginals. Het lijkt soms erg overtrokken. Bij een site waar ze kleurstoffen uit de rotsen haalden, staat een bord dat je een boete riskeert van $ 5000 als je iets meeneemt.
Natuurlijk woonden de abos hier al duizenden jaren. En zijn ze vreselijk behandeld door de blanken. Maar dit soort bescherming lijkt sterk in gegeven door een schuldgevoel. De bestuurders willen het nu wel heel erg goed doen. Overal tref je winkels (galerieën) waar je kunst van de aborigionals kan kopen. Soms ziet dat er aardig uit, soms is het nogal knullige, primitieve kunst. Er worden flinke bedragen voor gevraagd. Fotograferen is volstrekt verboden.
Wij komen hier in eerste instantie voor de bijzondere natuur. Toch is die hier in de Red Centre bijna volledig geclaimd voor de abos. Bij een mooie rots wordt niet uitgelegd hoe die ontstaan is, maar er wordt op bordjes een uitvoerige fabel van de abos verteld.
Vanmiddag zijn we in de Mac Donnell Ranges. Nadat we gezwommen hadden in een prachtige "waterhole" aten we een broodje bij Glen Elen een uiterst afgelegen "resort"1. Binnen zitten 4 mensen. Buiten leek het net of er creatieve therapie werd gegeven aan een groep oudere patiënten. Een mannelijke abo en een stuk of tien vrouwen zitten te schilderen. Daar lopen een vier verzorgers tussendoor. Sommige abos maakten landschapjes, andere abstracte stippen schilderingen. Ze zagen eruit zoals heel veel oudere abos er hier uit zien: slonzig, blootsvoets, dik, en onprettig ruikend. Ze werden goed verzorgd, kregen veel te eten. Geen alcohol maar water.
Opeens begrepen we hoe al die door westerlingen gedreven galerieën (no photographs!) aan hun oorspronkelijke abo kunst komen. Ze laten bejaarde abos in ruil voor een stevige maaltijd die kunst fabriceren!
1. Wat hier onder resort verstaan wordt, is iets geheel anders dan we gewend zijn. Het is niet een luxe soort hotel met groot zwembad en zo, maar meestal een verouderd motel met grasveldje en kinderbadje.
maandag, december 09, 2013
De Stuart Highway naar de Red Centre
Van Adelaide in het Zuiden naar Darwin in het Noorden loopt de Stuart Highway. Een tweebaans weg van 3200 km lang. Stukken daarvan zijn totaal verlaten. Om de 10 minuten kom je een tegenligger tegen. Gisteren reden we door een streek waar Mad Max is opgenomen. 250 km zonder winkel, huis, of benzinepomp. Telefoons werken niet. Raar genoeg is het niet saai om erover heen te rijden. Soms moeten we een road train inhalen. Een vrachtwagen met een dubbele aanhanger. Een meter of 50 lang. Veel roofvogels te zien. Soms ligt er een enorm zoutmeer, dan weer een ander prachtig uitzicht. In South Australia is de maximum snelheid 110 km per uur. Nogal traag. Dus Leonie probeert "ietsje" harder te rijden. Helaas komt er op een onbewaakt moment ons een agent tegemoet. Gelukkig komt ze met een waarschuwing ervan af. Daarna denkt ze dat elke auto die ons tegemoet komt mogelijk een politieauto is.
Halverwege naar Uluru overnachten we in Coober Pedy. Een merkwaardig stadje, waar opaal gevonden wordt. Coober Pedy betekent in het Aboriginals: blanke man onder de grond. Het stadje is omgeven door 1 miljoen bergen en bergjes zand en grind. Overal wordt gegraven naar opaal. In de stad zelf zijn allerlei plekken onder de grond. Verschillende kerken, een paar hotels, restaurants, galerieën. Onder de grond is het altijd 23 graden. In een restaurant zien we zelfs een open haard. Boven de grond is er weinig interessants te zien. Verlaten, bruin en heel stoffig. De camping waar we in een oud hutje zitten, is heel kaal. Om een boom te planten moeten je eerst een gat boren in de grond en daar aarde ingooien. Op wat dronken Aboriginals na is de stad verlaten. De hotels onder de grond zijn gesloten. Het Griekse restaurant is ook dicht. We vragen ons af hoe je in godsnaam in zo'n oord langer dan een paar dagen kan wonen.
dinsdag, december 03, 2013
Een wandelingetje bij 42 graden
We zijn een stuk het binnenland ingereden naar de Flinders Ranges. Een heel mooi natuurpark, met als centraal deel de Wipedia Pound een meer hoog in de bergen omgeven door rotsen. Om dat te kunnen zien moet je een fikse wandeling maken. Uren heen en uren terug. Je moet er hier in Australie wat voor over hebben. In de USA zouden ze een parkeerplaats maken boven op een uitzicht punt. Hier niet.
We zijn wel gehandicapt vandaag. Het was gisterenmiddag 43 graden volgens de kruidenier. Vandaag zijn we vroeg op pad, en komen na een stuk rijden aan bij het park. We proberen wel een stuk te wandelen, zien verder nauwelijks mensen, alleen een kangeroe staat verlamd door de hitte langs het pad en keert ons de rug toe. Na een tijdje besluiten we toch maar om te keren. En nu komen we helemaal niemand meer tegen. We zweten niet, althans zo lijkt het, daarvoor is het te droog hier. In de auto blijkt het 42 graden te zijn en dat om 11 uur in de morgen. Begrijpelijk dat we wat kortademig waren bergop. Op andere plaatsen zoals Uluru wordt het wandelpad afgesloten als het boven de 36 graden is.
We komen tussen de middag door Quorn een plaatsje dat er uit zit alsof het honderd jaar niet veranderd is. Natuurlijk is er niemand te zien, alleen een cowboy met ZZtop baard op een scootmobiel. In de Tearoom die ook van binnen honderd jaar niet veranderd is, zijn we de enige klanten. We begrijpen dat in dit plaatsje wel 20 films zijn opgenomen.
's avonds zitten we in een Cabin op een camping aan zee. Heerlijke temperatuur. Zelfs een beetje regen. Het is alsof we weer kunnen nadenken. Het weer is hier een soort tombola. We hebben nu al meegemaakt dat het de ene dag 20 graden kouder was dan de dag ervoor. Morgen wordt onze laatste dag aan zee, daarna gaan we echt richting Darwin de woestijn in.
zondag, december 01, 2013
A trundle under a treble bunk.
Mensen in de toeristenindustrie hebben geleerd dat buitenlanders de Australiers vaak niet goed verstaan. Dus leggen zij overdreven articulerend en heel langzaam uit hoe het zit. Het voelt dan of ze tegen iemand met een verstandelijke beperking praten.
En soms zijn zaken hier ook al leggen ze het je uit niet te begrijpen. Ondanks een kaartje mag je niet met de fiets de boot op als je niet eerst je fiets incheckt bij een kantoortje. Als je wat te eten wil hebben op een terras, moet je eerst een tafeltje vinden, vervolgens de kaart en dan naar de bar om te bestellen. In deze volgorde. Je mag pas wat bestellen als je een tafeltje hebt en de kaart hebt bekeken. Langzamerhand beginnen we te leren dat er hier nog heel veel te leren valt.
Wij sliepen in een wat aftands huisje op een camping op Kangaroo Island. Daar stond achter een gordijn een treble met een trundle. Een treble is een driepersoons stapelbed, een twijfelaar onder en een smaller bed boven. Een trundle is een onderschuifbed. Zo kan je dus op een klein oppervlak 5 kinderen kwijt.
dinsdag, november 26, 2013
Aussie Wave
Australie is een land met enorm veel soorten giftige beesten. Giftige slangen, spinnen die je met een beet kunnen doden, stekende kwallen, gore padden en enge schorpioenen. Zelfs veel planten zijn giftig en die kan je beter niet aanraken want dan zit je zo onder de blaren. Als je in zee niet door een kwal gestoken wordt is er ook nog een kans dat een witte haai je oppeuzelt. Vooral Zuid Australie is berucht voor de witte haai. Laatst werd er van een zwemmende vader alleen nog een stuk van zijn zwembroek teruggevonden. Niet voor niets is een deel van de film Jaws hier opgenomen.
Toch valt al dit natuurgeweld in het niet bij de grootste irritatie hier: de vliegen. Langzaam fietsen bergop, rustig door de natuur wandelen, even in de zon lopen. Binnen de kortste tijd wordt je belaagd door tientallen vliegen die in oren, neusgaten of ooghoeken proberen te kruipen. Voordat je het beseft zitten er 50 vliegen op je rug, of een paar honderd op je fietstassen. Je ziet mensen voortdurend met hun hand of petje voor hun gezicht wapperen: de Aussie Wave. Begin van de week hadden we zelfs besloten om met een netje op ons hoofd te gaan fietsen. Ziet er uitermate lullig uit, maar nood breekt wetten. Bij de winkel waren ze net uitverkocht. Een uur daarvoor was een cruiseschip in de haven gearriveerd. Een grijze golf had bezit genomen van het dorp. En had alle goede anti vliegenspullen weggekocht in de plaatselijke drogist. Het cruiseschip was trouwens de Volendam van de Holland Amerika Lijn dat een ruim rondje Australie aan het maken was. Geen Nederlanders aan boord, ook geen Nick en Simon gelukkig.
donderdag, november 21, 2013
Waar zijn de pinquins gebleven
Waar zijn de pinquins gebleven? En waarom zijn ze vertrokken?
Een paar dagen geleden zijn we op pad geweest met een gids om pinquins te zoeken, met infrarood zaklampen. We hebben er geen eentje gezien. De van oorsprong Zwitserse mevrouw had een heel pessimistisch verhaal te vertellen. In Zuid Australie komt de kleinste soort pinquin voor. 10 jaar geleden kwamen er elke avond in Penneshaw honderden pinquins aan land als het donker geworden was. Nu af en toe een enkele. Niemand weet waarom. We hebben tot nu toe wel tien redenen gehoord. Zeehonden eten ze op, verwilderde katten eten de jongen, de giftige struiken waaronder ze woonden zijn weggehaald, teveel auto's, de ferry komt te vaak en neemt teveel mensen mee. Het blijft gissen. Ook op andere plekken op het eiland is de pinquin nagenoeg verdwenen.
Andere beesten zien we wel. Schattige kleine kangaroes die hier alleen voorkomen, hele grote kangaroes, pelikanen, parkieten. Bij Pelican Lagoon zagen we honderden zwarte zwanen. Enorme mierennesten staan langs de weg.
Helaas zien en ruiken we heel veel dooie kangaroes. Om de vijf honderd meter ligt er wel eentje langs de weg. Met wind tegen, wat we vaak hebben, ruik je ze al op vijftig meter. Ze laten ze meestal langs de weg liggen. Bij het bandenplakken langs de weg staan we soms in een waar knekelveld.
Kangaroo Island
"You are the ones that arrived with bicycles on the three o'clock ferry" zegt de dame van het boekingskantoor. Op dit eiland val je wel op als je met de fiets bent. Kangaroo Island is half zo groot als Nederland en er wonen 5000 mensen. Er zijn 3 winkels waar je eten kan kopen. Daarvan hebben we er nu 2 gezien. De derde komt morgen. We blijven dik een week op het eiland. Helaas is het zo groot dat we even een paar dagen smokkelen en een auto gaan huren
Het was flink afzien om van Adelaide in 3 dagen naar dit eiland te fietsen. Ten dele konden we prachtig langs de kust, maar te dele moesten we ook op heel drukke wegen rijden. En de weg zoeken in drukke streken is lastig hier. Zo bleek het fietspad over het perron van een treinstation te lopen.
Heel erg tevreden zijn we niet over de gehuurde fietsen. Tot nu toe hebben we 8 lekke banden gehad. Een aantal lekken werd veroorzaakt door de laag plastic die de fietsenman in de banden had gedaan tussen binnen en buitenband. Heel dom.
Nergens op dit eiland is een fietsenmaker. Binnenbanden zijn niet te krijgen. De binnenbanden vertonen steeds meer plakkers. Oppompen doen we met een miniem pompje. En krijg er dan maar eens 4 bar in.
Over het fietsen op het eiland zijn we heel tevreden. Fietsen is altijd leuk. Het landschap is schoon en heel mooi. Heerlijk, Aardige mensen. Het is over het algemeen veilig fietsen, autos rijden ruim om je heen, of wachten tot ze je kunnen passeren.
En het is natuurlijk prettig om om de paar uur te horen dat je wel heel sterk moet zijn om zo iets te doen. Al bedoelen ze mischien iets anders.
maandag, november 11, 2013
De Yarra rivier
"Are you sure that you want to cycle in Melbourne?" Het oude dametje van de toeristeninformatie, wil ons echt afraden om te fietsen in Melbourne. We hebben haar nodig omdat de stad Melbourne een gratis kaart met fietspaden erop heeft uitgegeven. Eerst ontkent ze het bestaan van de kaart, dan pruttelt ze wat over zoveel verschillende kaarten. Dan gaat ze toch maar even zoeken. Als we met kaart de informatiewinkel verlaten, zegt ze nog dat we wel een helm op moeten zetten. De italiaanse jongen van de fietsverhuur had ons nog wel gewaarschuwd. Je moet blijven zeuren anders krijg je het niet mee.
We hebben op zondag een tochtje langs de Yarra river gemaakt. We waren zeker niet de enigen. Kenmerkend voor fietsen in Melbourne is dat je het ene moment op een prachtig fietspad rijdt en het volgende moment ergens op een kruising met alleen maar auto's staat. Zonder dat je weet hoe je verder moet. Als je er woont weet je hoe je verder moet komen, als toerist kan je niet weten dat je 50 meter naar rechts een park in moet rijden.
Langs de Yarra rivier rijd je de ene keer over prachtige vlonders boven de rivier dan weer over bruggetjes omhoog en omlaag. Er zit zelfs een idioot steile trap in van wel 25 meter hoog. We komen langs het Rod Laver stadion, waar de Australian Open wordt gespeeld. Helaas zijn we 2 maanden te vroeg. Na 15 kilometer fietsen langs de rivier maken we een stop bij een kinderboerderij. Lekkere koffie en een heerlijk broodje. Er zijn verschillende kinderfeestjes bezig. Een eindje verderop is een Farm Market. Heel knus en erg Engels.
Als we weg gaan krijg ik het cijferslot van de kabel niet open. Leonie had het nog wel op geschreven 1965. Dat was het dus niet. Het moest zijn 1956. De Italiaanse jongen van de fietsenverhuurder zei ons toch echt nineteensixtyfive en niet nineteenfiftysix. Na nogal wat gehannes kregen we het slot toch open. Na veertig kilometer interval training komen we moe aan bij het hotel.
We hebben op zondag een tochtje langs de Yarra river gemaakt. We waren zeker niet de enigen. Kenmerkend voor fietsen in Melbourne is dat je het ene moment op een prachtig fietspad rijdt en het volgende moment ergens op een kruising met alleen maar auto's staat. Zonder dat je weet hoe je verder moet. Als je er woont weet je hoe je verder moet komen, als toerist kan je niet weten dat je 50 meter naar rechts een park in moet rijden.
Langs de Yarra rivier rijd je de ene keer over prachtige vlonders boven de rivier dan weer over bruggetjes omhoog en omlaag. Er zit zelfs een idioot steile trap in van wel 25 meter hoog. We komen langs het Rod Laver stadion, waar de Australian Open wordt gespeeld. Helaas zijn we 2 maanden te vroeg. Na 15 kilometer fietsen langs de rivier maken we een stop bij een kinderboerderij. Lekkere koffie en een heerlijk broodje. Er zijn verschillende kinderfeestjes bezig. Een eindje verderop is een Farm Market. Heel knus en erg Engels.
Als we weg gaan krijg ik het cijferslot van de kabel niet open. Leonie had het nog wel op geschreven 1965. Dat was het dus niet. Het moest zijn 1956. De Italiaanse jongen van de fietsenverhuurder zei ons toch echt nineteensixtyfive en niet nineteenfiftysix. Na nogal wat gehannes kregen we het slot toch open. Na veertig kilometer interval training komen we moe aan bij het hotel.
Abonneren op:
Posts (Atom)












.jpg)

