vrijdag, mei 20, 2011

Campingleven


We zitten hier in een blokhut op een camping aan Bear Lake. Bear Lake is een meer dat door kristallen een hel blauwe kleur heeft. Het is nu door de week en buiten het seizoen. Onze blokhut kost 79 dollar. De tweede nacht is gratis. Het is een luxe dit huisje, alles zit erin, waaronder een keuken, twee kachels en een haard. In een Nederlandse trekkershut zit 1 stopcontact. In dit huisje heeft de elektricien zich uitgeleefd. Ik ben de tel kwijtgeraakt bij 29! Ons huisje is de enige die bezet van de meer dan 30. Op de rest van de camping (150 plaatsen) staan nog 2 kampeerders met een caravan.  Van het weekend was het wat drukker.
Amerikanen kamperen met van die enorme RV’s die het hele jaar rondrijden. Zij zitten nu vaak in het zuiden in Arizona en New Mexico. Daar zijn hele steden van Campervans. Als een RV (denk aan een bus met uitschijfbare zijkanten) op een camping stopt dan wordt meestal gekozen voor een full hookup. De RV wordt dan aangesloten op water, elektriciteit, riolering, kabel en Wifi. Bij elke kampeerplek is altijd een tafel en een BBQ. Hier op de camping is ook nog een supersite. Die heeft naast een full hookup ook nog hot tub in een met een schutting afgegrensd stukje grond. De supersite is duurder dan ons huisje voor 4 personen.
Kamperen op een RV park is vooral binnenzitten. Ook al is de camping vol dan zie je nog heel weinig mensen rondlopen. Met warm weer zitten ze binnen met de airco aan. Met slecht weer binnen met de kachel aan. 
Wij hebben tot nu toe nog niet echt in een tent kunnen kamperen. Daarvoor is het weer veel te slecht. En zijn de motels voor een paar tientjes meer, veels te aantrekkelijk.

maandag, mei 16, 2011

Een grote blokhut


We zijn heel vroeg in het voorjaar in de Nationale Parken. In de zomer komen er per dag 25 keer zoveel mensen naar Yellowstone. Heerlijk rustig, maar er zijn ook nadelen. Zo rijden we kilometers over een weg waar normaal heel veel wild te zien is, maar wij zien niks want links en rechts ligt de een stapel sneeuw van 2 meter hoog. Sommige wegen zijn helemaal niet open. Een geplande fietstocht gaat niet door omdat alle paden of onder anderhalve meter sneeuw liggen of verboden zijn in mei omdat het een berenrustgebied is.
We slapen in de Old Faithful Inn. Old Faithfull is de beroemde geiser die om de anderhalf uur 30 meter water spuit. De Inn is 100 jaar geleden gebouwd. De Centrale hal is een zeven verdiepingen hoge blokhut. Een prachtige constructie, en nog stevig ook. Het heeft een aardbeving van 7.5 doorstaan. Er zijn 600 kamers in dit hotel. Het hotel is net open na de wintersluiting en in de eerste dagen nog niet vol. Vanaf half mei kan je de rest van het jaar geen kamers meer reserveren. Dat geldt ook voor de andere hotels in het park. Wij slapen in een vleugel die niet uitkijkt op de geiser. Die kamers zijn wat te begrotelijk. Er zijn geen TV’s in het hotel. Ook Internet en een hollandse telefoon werkt hier niet.
Voor Internet loop je naar een andere Lodge. Het is daar in de hal een gezellige drukte van internettende scholieren, 50 plus toeristen en Japanners.
Gelukkig dat er geen TV op de kamers is. Zoals vaker in oude hotels hoor je van alles bij de buren. Gesnurk, geruzie, geloop, opgewonden bellen met het thuisfront. We horen geen sex, daar leent dit hotel zich kennelijk minder voor. We kijken niet uit op de geiser, maar ´s avonds komt er wel een groep Bizons al grazend voorbij. Prachtig.
We zijn drie dagen in het park. We zien naast de overal aanwezige bizons, veel andere dieren, waaronder een wolf, maar geen Eland en geen Beer. We voelen ons wel een beetje bekocht.
Als je foto´s ziet van Yellowstone dan zijn dat vaak prachtig geel gekleurde bronnen die trapsgewijs in elkaar overlopen. Gek genoeg tref je die gele kleur bijna nergens aan. Je ziet wel dezelfde bronnen, maar nu is alles bruin of bruin getint. Of die oude foto s zijn geel ingekleurd of die kleur is de laatste tijd verdwenen. Ik zou dan ook zeggen dat we naar Brownstone zijn geweest.

dinsdag, mei 10, 2011

Ieder zijn eigen niveau


Een mooie zondag met de fiets in het Glacier National Park.  Glacier ligt in Montana tegen de Canadese grens aan. Een heel groot natuurgebied, met eigenlijk maar een weg er doorheen: the Road to the Sun. Gezien het late voorjaar is de weg voor auto’s nog afgesloten. Als er geen wegwerkers zijn mag je er met de fiets we op. En dat is deze mooie zondag. 
En dat doen dan ook honderden fietsers. Wij zijn er vroeg bij. Voor negenen zijn we vertrokken. We hebben geen idee hoe de weg erbij ligt. Leonie verbiedt om voedsel mee te nemen, gezien de vele beren (bruine en ook Grizzly). We fietsen langs adembenemende vergezichten, horen en zien lawines omlaagkomen, fantastisch. Muisstil is het er, je hoort alleen de rivier, die lawines en een enkel fluitje van wandelaars die de beren op die manier van zich afhouden. Die fluitjes versterken Leonie in de gedachte dat er zo beren tevoorschijn kunnen komen. Mij lijkt het wel een mooi einde, van de fiets getrokken te worden door een Grizzly.
Gaandeweg worden we enkele keren ingehaald door sportieve types op mountain bikes. Een tijdje later komen ze weer met vliegende vaart de helling af. De weg wordt steeds moeilijker, asfalt ontbreekt, lawines langs de weg en veel water op de weg. Achter elke bocht is een nieuw nog mooier uitzicht.
Een aardige amerikaan die we tegenkomen komt al zijn hele leven op deze weg. Zijn vader heeft 45 jaar aan de weg gewerkt. Nu komen hij en zijn vrouw er bijna elke zondag tot de auto’s weer mogen rijden. Hij zegt dat beren geen enkel gevaar zijn, maar dat ze vaak te zien zijn. Ja wij hebben ook de beren sporen gezien.
We stoppen na 20 kilometer fietsen en een kleine kilometer klimmen. Dat is bij “the Loop” een scherpe bocht. We komen niet verder. Domweg omdat we alleen een flesje water meehebben en geen eten. Na dik een half uur zijn we weer terug bij de auto. In dat half uur afdalen, komen we wel honderd fietsers tegen. Eerst de heel sportieven, daarna de sportieven, dan de zondagsrijders, dan de gezinnen met kinderen, dan de dikkerds die aan hun conditie pogen te werken, dan de wandelaars, en dan de oudjes. Iedereen probeert een stuk de berg op te fietsen om dan op zijn niveau te stoppen en om te draaien.

maandag, mei 09, 2011

Kleine ergernissen in de VS


Geld
Het geld van die amerikanen is goor. En dat bedoel ik letterlijk. Het zijn kleurloze, saaie biljetten die al  jaren in omloop zijn,  muf ruiken en eigenlijk te vies zijn om aan te pakken. Er zit een scheur in mijn portemonnee van al het kleine geld. Ze geven hier al die centen terug.
Koffie
Raadselachtig is dat koffie gedrink. Koffie kreeg je in een enorme beker en het is zo kleurloos dat je tot de bodem kan kijken. Het is slapper dan thee. Toch loopt iedereen met zo’n enorme beker over straat. Ze maken reclame voor vers gezette koffie, die al uren daarvoor is gezet. Ik vroeg een paar dagen geleden wat nou oude koffie is als versgezette al s’ochtends om 6 uur is gezet. Maar daar kunnen ze niet om lachen die Amerikanen.
Water
Op het moment dat je in een restaurant gaat zitten worden er enorme glazen met water en ijs gevuld en op tafel gezet. Als je er iets van drinkt dan wordt het glas ogenblikkelijk bijgevuld. Tot na het betalen van de rekening. Je zou nog eens een derde liter water willen drinken terwijl je je jas  aantrekt. Dat water is altijd kraanwater, meestal met een chloorsmaak. Op de eilanden konden we duidelijk verschillen proeven. Op een eiland was het water eigenlijk wel lekker, meestal lijkt het op Rotterdams kraanwater.
Porties
Wil ik een lekker flesje ijsthee uit het schap halen, blijkt dat alleen in verpakking van 16 stuks verkocht te worden. Ze hebben nog wel een andere verpakking van een fles maar dat is een gallon (3.7 liter). Als je hier WC papier meeneemt uit de Supermarkt dan is je karretje in een klap vol.
Duits
We zijn nu in het Noorden van Montana. Ze vinden het reuze vreemd dat hier nu toeristen rondrijden. We worden verschillende keren per dag verbaasd gevraagd wat we in deze streek komen doen. Vervelend is wel dat ze soms denken dat we Duits zijn. We worden zelfs in het Duits aangesproken. Gelukkig dat we in een auto met een nummerbord uit Florida rijden. Ze denken daarom vaker dat we daarvandaan komen.

woensdag, mei 04, 2011

The Fleet Foxes in Seattle in the Moore Theatre


Jesus wat een diep gat. We zitten bovenin op de eerste rij van het tweede balkon in the Moore Theatre in Seattle. The Moore is een stijlere en wat verlopen versie van Carre. 
Vanmiddag zijn we met de Ferry weer in Seattle aangekomen. De fietsen staan zestienhoog in de hotelkamer geparkeerd. Deze avond zien we de Fleet Foxes. Seattle heeft veel muzikanten voortgebracht. Jimmy Hendrix, Kurt Cobain en Eddie Vedder om er een paar te noemen. En nu Robin Pecknold van de Fleet Foxes.  Ze zijn wel met z’n zessen, maar hij zingt en schrijft alle nummers.
Ze zien er wat minder hippie uit als een paar jaar geleden. Weinig baard te zien. De samenzang is weer griezelig perfect. Ze spelen meer dan de helft van hun nieuwe CD, die vandaag (!) is uitgekomen. Het is hun thuiswedstrijd. De helft van het eerste balkon onder ons is voor genodigden. Veel nieuwe nummers worden met gejuig begroet.  Robin en Josh Tillman (de drummer) maken grappen met de zaal. Het publiek is overwegend jong. De zaal is tijdens de nummers muisstil, tussen de nummers heel rumoerig.
De band speelt met een groot aantal verschillende instrumenten. Vier van de bandleden zingen. En dat zingen lijkt op zingen zoals bands veertig jaar geleden deden. Live nog mooier dan op de plaat. De nieuwe CD ziet er heel mooi en verzorgd uit en kost maar 10 dollar. Dat heb je als een band alles zelf in de hand houdt.  Pecknold vind het ook helemaal niet zo erg als zijn muziek gecopieerd wordt, dat levert toch ook weer bekendheid op.
De muziek is soms enorm ontroerend en dan weer op andere momenten toch wel een beetje veel van hetzelfde. Aan het eind valt bij ons de concentratie wat weg, maar dat kan ook zeker aan dat gapende gat hebben gelegen.

dinsdag, mei 03, 2011

Amerikaanse vriendelijkheid


Ik ging een paar biertjes halen bij een Liquerstore onderweg. Wanneer ik naar buiten kom, neemt Leonie een foto. Op dat moment stopt een grote auto. De meneer die uit de auto stapt zegt dat hij liever geen “proof” heeft dat hij drank haalt. Dus van hem liever geen foto. Lachend zegt hij dat als Leonie het wel doet hij het fototoestel in beslag neemt. Dat kan hij want hij is de burgemeester.
Een dame draait het raampje open van de auto en roept vooral naar Leonie: “good for you” .
Vijf minuten later komt er een hardloopster voorbij die roept: “good for you” .
Een motorrijder bij de Ferry vraagt waar we vandaan komen en zegt dan: “have a wunderfull trip and good weather” en slaat mij joviaal op de schouder.
De man die de auto’s naar de goede plaats wijst op de Ferry vraagt of wij de Bold Eagle in de lucht zien. Ja die zien we. Hij legt uit hoe ze op krab en mosselen jagen. Onderweg zijn we ook al door een voorbijrijdende dame gewezen op een enorm Adelaars nest. We tellen 5 adelaars in de lucht en 2 op het nest.
In hotels en motels zijn ze uiterst behulpzaam. Vroeg inchecken is geen probleem. We mogen onze fietsen meestal op de hotelkamer zetten. Ook al is dat 12 hoog. Tot nu hebben we één hotel meegemaakt waar dat niet mocht. Maar daar hadden ze wel een apart hok in de garage om fietsen te stallen. ’s Ochtends krijgen we paar flesjes water mee.