donderdag, november 17, 2011

Een stukje fietsen in Thailand

Op Leonies verjaardag vertrekken we naar Bangkok. Zien we Jago eindelijk weer. Sinds begin dit jaar hebben we hem niet meer live gezien. We gaan na een paar dagen Bangkok met Jago naar Phuket, waar Jago de Triathlon doet. We zullen hem stevig aanmoedigen.
Vanaf Phuket gaan we een fietstocht maken. Eerst naar een paar eilanden, dan langs de kust naar het Noorden.
De fietsen huren we in Bangkok. Even weer wennen aan het links fietsen.

zondag, juni 12, 2011

Een huisconcert met Cliff Eberhardt en James Lee Stanley in Atascadero.


Sterk kunnen ze zijn die Amerikanen. We gaan naar een huisconcert bij Fred en Sharon in Atascadero, een plaatsje 300 km onder San Francisco. Cliff Eberhardt treedt op met James Lee Stanley. Als we aan komen blijkt dat Fred de dag ervoor een hartinfarct heeft gehad, gedotterd is en een stent heeft gekregen. Alles gaat goed, hij is grumpy, en komt over 2 dagen weer thuis. Sharon ontvangt de gasten, doet de introducties van de artiesten en laat Fred via de telefoon een deel van het concert horen.  Bewonderswaardig.
Een buitenkansje is het om naar een optreden van Eberhardt te kunnen. Ik wilde al jaren naar een optreden van hem. Hij is in 20 jaar niet in Nederland geweest. Een goede vriend van Dar Williams en John Gorka.
Stanley heeft met hem een CD opgenomen met nummers van de Doors: All Wood and Doors. Alles in een acoustische uitvoering. Op de CD spelen bij een aantal nummers ook de gitarist en drummer van de oude Doors mee.
Fred en Sharon wonen helemaal buiten de stad in een beetje rommelig huis gemeubileerd met spullen die hun beste tijd gehad hebben. Er kunnen 60 gasten in de huiskamer. Zij geven in de zomer geen concerten want dan is het in een huis zonder airco veel te heet. Gasten zetten een fles of wat hapjes in de keuken. De gasten zijn vrienden en buren en wat mensen uit het stadje. Een aantal is duidelijk gewend om naar folk festivals en concerten te gaan. Het is niet bepaald uitgaanskledij die ze dragen. De leeftijd rond de vijftig. Leonie is veruit de aantrekkelijkste vrouw van het gezelschap, maar ik ben vooroordeeld. Iedereen is tijdens de muziek muisstil. Na afloop wordt er een staande ovatie gegeven.
Het is een avond vol entertainment, gezellig en soms heel ontroerend. Stanley treedt hier al voor de vierde keer op, hij is heel lollig en onderhoudend. Hij geniet ervan in een huiskamer te staan. Eberhardt (spreek uit ebberhard) vult hem goed aan met platte grappen.
De nummers van de Doors klinken heel bekend en toch fris. Singer songwriter muziek waarvan je de tekst volledig kan meezingen. Cliff en James zijn heel ontspannen en hebben er duidelijk plezier in om samen te spelen. Eberhardt zing op verzoek van Leonie het ontroerende nummer “Have a little heart”. Heerlijk om hem te horen zingen. Heel intens en persoonlijk. Kan iemand die man niet eens voor wat optredens naar Nederland halen?
Stanley heeft een Nederlandse vrouw. Inmiddels hebben we voor de zomer een afspraak om met hem een trappist te drinken en een haring te eten.

dinsdag, juni 07, 2011

Thrillerschrijvers in LA


Het is me een raadsel. Dertig jaar geleden las ik veel, zeg maar heel veel thrillers en detectives. Veel boeken speelden zich af in Los Angeles of omgeving. Vaak aan de kust. Nu wij hier een week zijn kan ik die boeken maar moeilijk met het decor hier rijmen.
Raymond Chandler heeft op meer dan 25 adressen gewoond in de buurt van Los Angeles. Het langst nog op verschillende adressen in La Jolla even ten Noorden van San Diego. Dat is een knus plaatsje, met lieve zeehonden op het strand en op de rotsen. Behoorlijk toeristisch, maar vooral heel rustig, netjes en kalm. Mensen groeten elkaar beleefd in het voorbijgaan. De gehele sfeer komt absoluut niet overeen met die waarin ik een eenzame, alleen werkende, bourbon drinkende detective verwacht.
Sinds gisteren zijn we in Santa Barbara. Prachtig strand, bootjes in de haven, heel veel parken langs de kust. Een groot deel van de stad is in dezelfde Mexicaans aandoende stijl gebouwd. Een hoofdstraat haaks op het water met luxe winkels en restaurants. Ook een enorme Applestore groter dan alle Applewinkels in Amsterdam bij elkaar. Alles ademt luxe en rust uit.  De riviera van Californie wordt het wel genoemd.
Hier in Santa Barbara woonden jaren lang twee van mijn lievelingsschrijvers: Ross MacDonald en zijn vrouw Margaret Millar. Van deze twee heb ik toch zeker meer dan 40 boeken gelezen. MacDonald schreef vaak over Lew Archer, ook een eenzame detective. Millar schreef verhalen waarvan soms de plot pas te gegrijpen is als je de laatste zin (in een boek, het laatste woord (!)) hebt gelezen Ze hebben gewoond in een buurt van  Santa Barbara, in Hope Ranch. In een folder:
“Those who say the pace of life in California is too fast, and open space too scant, have clearly never been to Hope Ranch. Here, large open lots take the place of tract housing and horse trails provide an elegant alternative to busy streets and sidewalks. With real estate ranging from $1.5-$25+ million, Hope Ranch is an upper class community with its own private beach club. A home owners association safeguards the integrity of Hope Ranch, ensuring that it will retain its character for years to come. Many of the homes in Hope Ranch were designed by Reginald Johnson and Peter Barber, the premier architects of the early 1900s.”
Hoe kan iemand Ross MacDonald elk jaar  een of meer boeken schrijven over de onderkant van de samenleving en dan blijken te wonen in een buurt met eigen bewakers en met een privestrand?
Margaret Millar vind ik hier meer passen. Zij situeerde haar verhalen vaak in Beachclubs en upperclass buurten.
Gelukkig is er een ding dat in heel veel boeken voorkomt en die we ook elke dag meemaken: de mist die hier elke morgen hangt.

zondag, juni 05, 2011

Moet dat nou al die elektronica?


We zitten op een bankje aan het strand van San Clemente. Beetje winderig maar verder heel aangenaam. Er komen allerlei mensen voorbij lopen en rennen. We drinken een beker koffie van de Starbucks. Leonies held Federer is aan het tennissen in Parijs tegen rivaal Djokovic. De vierde set eindigt in een spannende Tie brake. Omdat we een internet abonnement op haar Iphone hebben, is de stand is heel goed bij te houden. Over de wedstrijd communiceert Leonie via Whatsapp met haar zus Oda, die thuis zit te kijken. Oda doet verslag hoe goed of slecht de slagen van Federer zijn.
We vinden dat het reizen een stuk gemakkelijker wordt met onze elektronica, iphone, Ipad en computer. We zijn lang op reis maar hebben heel snel contact met thuis. Het reizen is anders dan vroeger maar zeker niet minder aangenaam. En een reis plannen is een stuk eenvoudiger geworden.
De negatieve kanten van de moderne elektronica zien we natuurlijk ook wel. Bij Moab op een van de mooiste plekken denkbaar zit een vrouw een half uur lang te bellen met haar rug naar de rest van het gezelschap en naar het uitzicht toe. Vrouwen lopen met een telefoon aan het oor met een nietsziende blik langs langs geisers. Ze delen niet wat voor moois ze zien met anderen, nee ze zijn eigenlijk niet aanwezig op de plek waar ze lopen.  Ach denk ik dan: ze hadden beter thuis kunnen blijven. Ik moet toegeven dat we ook wel te lang aan de computer of op de Iphone.
Bob den Uyl reisde op de fiets Europa door voor het Internet tijdperk. Hij beschreef hoe je op twee manieren in een stadje een restaurant kan kiezen. Of je neemt gewoon de eerste de beste, of je loopt alle restaurants af en kiest dan welke je het beste vind. Het resultaat is meestal het zelfde: middelmatig eten. Dit gaat tegenwoordig niet meer op. We hebben een aantal keren een stadjes onderweg uitstekend gegeten, omdat we domweg het nr 1 restaurant van Tripadvisor namen. Meer informatie verbetert je keuze. Voor hotels geldt dat ook. Met wat rondkijken op Internet, vermijdt je de motels waar de kakkerlakken en bedwansen vrij rondlopen. Je kan in de auto tegenover een motel even opzoeken hoe duur het is en wat men ervan vind. Als je boekt met de computer en Anwb  kaart krijg je vaak meer korting dan aan de hotelbalie zelf.
Gelukkig kan je niet alles van te voren plannen, er blijven genoeg verrassingen over op zo’n reis. Vannacht sliepen we in een motel met een dubbele jacussi in de kamer. Buiten speelden 20 mexicaanse kinderen in het zwembad. Gelukkig hield het zwembadgegil om precies 10 uur op.

zaterdag, mei 28, 2011

Bruce Cockburn in de Community Concert Hall in Durango Colorado


“I never knew what you all wanted
So I gave you everything”
Pacing the Cage van Bruce Cockburn stond op mijn steeds korter wordend lijstje van een jaar of wat geleden van nummers die ik live wilde horen. Raadselachtige maar telkens weer ontroerende tekst. En zeker live heel mooi en aangrijpend!
Durango in Colorado ligt vlak bij een aantal nationale parken, een mooie plek om naar Bruce Cockburn te gaan. Boven op een berg ligt de concert hall een van de gebouwen van een sociaal wetenschappelijk College. De zaal is immens groot, ondanks dat we op de tweede rij zitten zitten we nog een behoorlijk stuk van het podium af. Het is niet volledig uitverkocht. We mochten ons biertje gewoon meer naar binnen nemen. Foto's nemen was echter verboden. Het publiek is in vrije tijds kleding. De hoeden van de heren voor ons gaan gelukkig wel af. Ik zie een colbertje, maar dat wordt gecompenseerd door een ZZ-Top baard. Later zei de violiste heel terecht: na 30 jaar zie je het verschil tussen hippies en rednecks niet meer.
Bruce treedt op met en trio een violiste die ook meezingt en zijn percussionist Gary Graig. Vooral Graig is een genot om naar te kijken. Zijn armen, benen, schouders en hoofd bewegen in allerlei ritmes onafhankelijk van elkaar. De violiste, die ook het voorprogramma verzorgde kon ons minder bekoren.
Cockburn speelde zo’n 15 nummers meestal zonder inleiding, achter elkaar. Hij speelde naast zijn bekende nummers een aantal nummers van zijn laatste CD. Veel Geheimzinnige klanken uit Nepal. Sommige nummers zijn duidelijk politiek links getint, en dat werd wel gewaardeerd. Zijn gitaarspel is heel gedreven, zeker met die Graig op de achtergrond. Ik moest lang wachten op Pacing the Cage dat kwam pas bij de toegift. Weer was deze amerikaanse zaal muiststil tijdens de nummers, maar heel lawaaig er tussen in.
Veel verzoeken werden geroepen, waar hij helemaal niet op inging. Bij “Wondering where te Lions are” ging een grote groep dansen voor het podium. Tjonge wat zijn die Amerikanen toch zelfbewuste vrije mensen die lef hebben.  

woensdag, mei 25, 2011

Motelmoe


Als je door Amerika reist en niet kampeert, kom je bijna elke avond in een Motel terecht. Soms in toeristische streken moet je van te voren reserveren, maar verder is dat buiten het seizoen niet nodig. Wel is het handig om even van te voren te reserveren omdat je dan korting krijgt, en vergeet de aaa (anwb korting ook niet). De kwaliteit valt over het algemeen wel mee. Ruime kamers, behoorlijk geluiddicht, redelijke bedden, meestal gratis internet.
Wat er buiten de kamers te zien is, is meestal verbazend lelijk en saai. Buitenzitten is er niet bij. Iedereen kijkt uit op een tochtig parkeerterrein. Het is vaker gezegd, Amerikanen zitten het liefste binnen.
Na een aantal weken reizen gaan de Motels soms licht op onze zenuwen werken. Vooral kleine ergernissen kunnen dan flink irriteren. Een deur die niet open gaat met je kaartje (ligt altijd aan de magnetische dingen in je portemonnee), een douche die niet warm te krijgen is, een kamer waarbij je op een trappenhuis uitkijkt; de schoonmaak die zich meldt als je op de WC zit; continental breakfast (slappe koffie, oude taartjes, weken oude bagels) enz. Eten doe je noodgedwongen bij de Diner naast het Motel. Real American Food, nou dan weet je het wel. Vet, veel en zout.
Gelukkig zijn er ook de meevallers. Lekker kunnen zwemmen ook al ligt er sneeuw buiten; uitzicht op een balkonnetje; een woonkamer, een keuken erbij. Vaak zijn de mensen erg aardig en behulpzaam. In een Best Western (een franchise keten) kregen we het beste eten van de hele reis. Daar was in de keuken een fantastische kok verzeild geraakt. De meneer naast ons vroeg of hij de kok apart een fooi mocht geven.
Motels zijn niet duur. De concurentie tussen de motelketens is moordend. Begint er een met gratis wifi, dan heeft na een jaar iedereen gratis internet. Heeft er een continental breakfast dan kan je dat bij de anderen binnenkort ook krijgen. Staat er ergens een motel van een grote keten, dan kom je binnen een paar kilometer een paar andere van de concurrentie tegen. Was het maar zo dat ze ten behoeve van de buitenlanders gingen concurreren op uitzicht en tuin.

PS: ik kon geen enkele foto van een motel vinden. Tot nu toe hebben we die helemaal  niet gefotografeerd. Dus maar een foto van onderweg. Hier hield de weg eigenlijk op, via een grindweggetje ga je kronkelend 500 meter omlaag.