woensdag, juni 29, 2022

Voor de derde en laatste keer naar het Kate Wolf Memorial festival




We vliegen naar San Francisco. Dan naar het festival. Daarna nog een tocht maken met de auto. Een beetje routine een beetje op herhaling. Het is de laatste keer dat het festival wordt gehouden. De mensen die het organiseren stoppen ermee. Ze zijn boven de 70 en vinden het genoeg geweest. Mogelijk dat iemand het overneemt, maar waarschijnlijk is dat niet. Het is een festival met oude organisatoren, met veel oude artiesten en met oud publiek.

Zoals altijd is het wennen aan de grote stad in het begin. De desolate armoede, de stupide gezondheidszorg. Mensen met een psychose die lawaaierig en schreeuwend rondlopen, mensen die op straat liggen te creperen. Onbegrijpelijk in zo’n steenrijk land.

Als je buiten de grote stad komt, merk je er veel minder van. Relaxt rijden, veel te grote porties, dikkerds, aardige mensen, hitte.




De oudjes doen het maar goed.

We vragen ons wel eens af of we niet te oud worden voor dit soort festivals. Na een paar dagen festival is duidelijk dat dat onzin is. Het publiek is hetzelfde publiek als vijf jaar geleden, maar dan wel vijf jaar ouder. Bejaarde hippies. Tientallen lopen met een wandelstok, zelfs een paar met een rollator. Conclusie : we kunnen nog wel even mee. Zondag is de zwaarste dag, dan luisteren we een uur of twaalf naar muziek.

De artiesten doen het ook nog goed. Omdat dit het laatste festival is, zijn er veel oude bekenden uitgenodigd. Als we koffie drinken zit Ramblin Jack Elliott naast ons, hij is 91. Voor zijn eten staat hij even later gewoon in de rij. Hij heeft zondag een optreden. Tom Paxton is 84 en vertelt dat hij de laatste 2 jaar Zoom heeft ontdekt om samen met anderen liedjes te schrijven. Dat waren er in die 2 corona jaren een stuk of 200!





Chris Smither, 77 inmiddels gaf een geweldig optreden, geestig, goed bij stem en uitstekend gitaarspel. Jorma Koukonen is een bluesgitarist en zanger. Hij was ooit de gitarist van Jefferson Airplane. Hij is 81. Smither vertelt dat ze beide kinderen hebben die in de puberteit zijn. Bruce Cockburn (77) heeft ook nog een dochtertje van 12. Cockburn loopt inmiddels wel met een stok.

Of Taj Mahal (80) ook jonge kinderen heeft weet ik niet maar de Blues spelen gaat hem nog geweldig af.




Love Bubble






Er is een heel speciale sfeer op het festival. Dichter bij de Summer of Love kan je niet komen. Mensen komen al tientallen jaren naar dit festival. Vaak als groep. Een hechte community. 90% kampeert 5 dagen lang. Met de corona hebben ze elkaar jaren niet gezien. Ontroerende ontmoetingen met oude bekenden alom. Iedereen heeft zin in het festival. Een lerares uit Santa Rosa waar we naast zitten, heeft bijna alle festivals meegemaakt. Ook jarenlang met kleine kinderen. Inmiddels met de kleinkinderen. Een van haar zoons en een oudere zus komen er ook bijzitten. Haar nichtje wil met John Craigie trouwen. Ze zegt dat zij vroeger minder braaf waren als hun kinderen. Ik zeg “onze zoons hebben ons niet verteld wat ze allemaal hebben uitgespookt”.

Je hoort niemand schelden, iedereen is vriendelijk en vrolijk. Geen enkele agressie. Als je tegen iemand aanloopt, of op zijn tenen gaat staan, krijg je “sorry” terug te horen. Niemand vindt het bezwaarlijk als iemand in andermans stoel gaat zitten.

De artiesten refereren voortdurend aan de speciale sfeer. Kate Wolf liedjes worden door iedereen meegezongen. En die liedjes gaan meestal over onvoorwaardelijke liefde. En die liefde wordt verbonden met de natuur.


Neem bijvoorbeeld Here in California:

“When I was young my mamma told me

SHe said child take your time

Don't fall in love too quickly

Before you know the one

She held me round the shoulders

In a voice so soft and kind

She said love can make you happy

And love can rob you blind

Here in California fruit hangs heavy on the vines

There's no gold I thought I'd warn you

And the hills turn brown in the summertime

Now I will learn to love you

But I can't say when

This morning we were strangers

And tonight we're only friends

I'll take the time to know you

I'll take the time to see

There's nothing I won't show you

If you take your time with me

Here in California fruit hangs heavy on the vines

There's no gold I thought I'd warn you

And the hills turn brown in the summertime”




Love can make you happy and love can rob you blind.







Tijdens de afsluiting van het festival werd nog de invloed van Kate Wolf even aangegeven. Hugh Nanton Romney beter bekend als clown Wavy Gravy heeft er ooit voor gezorgd dat het festival op deze plek de Oak Ranch kon worden gehouden.Gravy (86) is natuurlijk aanwezig. Hij was o.a degene die de artiesten aankondigde op het Woodstock festival. Hij zei tegen de organisatoren dat ze eens met de eigenaar van de paarden ranch moesten gaan praten. Die eigenaar had een immers een “special relationship” met Kate Wolf gehad”.

Het is 40 graden op het festival. Iedereen weet daar goed mee om te gaan. Elke dag hebben we gezwommen in de rivier die langs het terrein loopt. Zondags zelfs 2 keer. Dat helpt geweldig tegen de hitte. Of je nou kleren aan hebt of niet dat maakt niemand wat uit. Bloot en gekleed zwemmen door elkaar heen. Heel gemoedelijk.











Op zo’n festival ontmoeten artiesten elkaar. Bruce Cockburn en Ruthie Foster delen dik een uur het podium van een van de kleine podia. Ze kennen elkaar nauwelijks. Als Foster zingt speelt Cockburn gewoon mee. Prachtige ingetogen zang en lekker gitaarspel. Cockburn zegt dat zijn fingerpicking manier van spelen sterk beïnvloed is door Mississippi John Hurt. Hij heeft hem nog zien spelen in Chicago. Daar was ook een jongen bi,j die heel goed harmonica kon spelen: Taj Mahal. Foster heeft Hurt nooit ontmoet, daar is ze te jong voor. Maar ze heeft wel op festivals gespeeld ter ere van Hurt en zijn graf vaker bezocht.







Sarah Lee Guthrie en Ramblin Jack Elliott deelden het podium, Sarah Lee zorgde ervoor dat Elliott in toom werd gehouden. Zij is de jongste dochter van Arlo en de kleindochter van Woody. Ze vertelde dat als Elliott haar vroeger een verhaal voor het slapen gaan wilde vertellen, zij dat als achtjarige niet wilde. Die verhalen duurden veel te lang.





Lucy Kaplansky was voor het eerst op het festival. Ze vond het allemaal wel bijzonder. Optreden met oudjes als Tom Paxton en Cris Williamson. Lucy speelt mandoline mee als Cris zingt. Lucy is wel een festival iemand die graag samenwerkt. Lucy brengt haar muziek zelf op CD uit, verkoopt die via haar website en bij concerten. Haar CD’s naar Nederland sturen kost $40. Haar muziek staat niet op spotify of zo. Zij noemt dit een experiment. Als ze daarover vertelt bij haar concerten, krijgt ze applaus. Niet van ons. Ze heeft eigenlijk op deze manier haar carrière in Europa opgegeven. Wel hebben we nu haar 2 laatste CD’s kunnen aanschaffen. Haar muziek hadden we nog niet eerder gehoord. In onze nieuwe huurauto zit niet zoiets oubolligs als een CD speler.

Greg Brown en Mary Gauthier hadden gezamenlijk een optreden. Nou zijn dat niet de zangers met de mooiste stemmen. Ze hebben alletwee zeker wat te melden. Maar het is toch een beetje brombrom en zegzeg. Nou had Gauthier zoals gebruikelijk de laatste jaren een zangeres mee. Jamie Harris. ze zong ook een nummer. Van verschillende kanten hoorden we “beautiful” and “that girl deserves her own set”. Jamie heeft inderdaad een prachtige stem die heel mooi contrasteert met brombrom en zegzeg.



John Craigie treedt vaak op met anderen. Zijn laatste optreden is met “friends”. De rainbow girls o.a. Hilarisch als altijd. Tijdens het nummer "We got stoned at the family reunion for obvious reasons" worden uiterst flauwe grappen verteld. Iedereen op het podium eindigt liggend op de grond trappelend met de benen. Bij het prachtige nummer “I am California” staan er inmiddels 15 muzikanten op het podium. Hij treedt in oktober op in Amsterdam. Kaartjes hebben we al.


zondag, september 19, 2021

La Tuquette


 La Tuquette. We hebben een week een Mobile Home op camping La Tuquette. Een blootcamping iets ten noord westen van Nice. Vroeger gingen we met de kinderen naar la Tuque een camping bij de Lot. Ongelooflijk leuk voor de kinderen en voor ons. Robert en Christiane hebben hun camping verkocht en zijn la Tuquette (het kleine La Tuque) begonnen. Als een soort pensioenvoorziening met beter weer. Hun 2 kinderen hebben de zaak inmiddels overgenomen. En zijn weer aan het uitbreiden. In september is de camping nog steeds bijna uitverkocht. Enorm populair.  Bijna iedereen is 60 plus. De grijze golf van fitte naturisten. Meer dan de helft Nederlands.  De meeste in luxe camper of caravan. Aardig relaxed en behoorlijk op zichzelf. Er wordt geen TV gekeken, wat zeer bijzonder is. Iedereen loopt altijd bloot. Doorgewinterde naturisten, wel een beetje dikkig. 2 keer in de week wordt er gezamenlijk met bijna de hele camping gegeten. Heel gezellig en inspirerend.


Wij zitten in een gehuurde Mobile Home (tres luxe). Iets groter dan ons tuinhuis. Een Franse nogal curieuze inrichting. Er zit een afwasmachine in, als je die wil uitruimen moet je eerst naar buiten stappen dan kan de klep pas open. De deuren zijn 50 cm breed. Rondom het bed is 15 cm om zijwaarts te lopen. Ach je zit toch meestal buiten op het enorm terras. Ik tel 13 stoelen buiten.

Veel geluierd maar ook een fixe fietstocht gemaakt over nauwelijks begaanbare wegen. Dan zei Google maps dat we ergens rechtsafkonden en dan was er helemaal geen weg. Uiteindelijk kwamen we het gebied uit via een Chemin Prive. Gelukkig zonder honden.


Italie


 In de buurt Pavia op de Povlakte hebben we een paar dagen een appartement in een oude boerderij. De gasten(4) kunnen beschikken over het flinke zwembad. Stil is het. Je schrikt als er een auto voorbij komt. Lekker fietsen over stille, hobbelige wegen naar de stad. 39 jaar geleden waren we hier ook. Tijdens onze eerste fietsvakantie. Die startte in Milaan. 15 kilometer na het vliegveld reed ik door een plas die een enorme kuil bleek te zijn. De achterband lek en de voorband zowel binnen als buiten helemaal doorgescheurd. Plakken in de zon en op naar een fietsenmaker 40 kilometer verder. De tweede dag bleven we in een hotel in het centrum van Pavia. Een grote groep Duitsers zat ook in het hotel, maar durfde niet naar buiten. Die avond werd Italie wereldkampioen voetbal door Duitsland te verslaan. We aten pizza op het plein. We waren de enige die buiten zaten. De ober kwam af en toe naar buiten rennen en gooide dan een pizza, wijn en koffie op tafel en stak 1, 2 en later 3 vingers op. 

Met Googlemaps kon ik het hotel niet meer terugvinden, maar wel het terras. Zo zaten we 39 jaar later aan hetzelfde tafeltje. 

 Later kamperen we een paar dagen op een camping dicht bij zee. We willen nog even in zee zwemmen en op het strand zitten. De plekken op Italiaanse campings zijn klein. In een hoekje hebben we een plekje. De ijskast die de aardige campingbaas komt brengen is hoger dan ons tentje. De plek ligt vol met steentjes. Gras groeit nergens. Het heeft sinds in 4 maanden 1 uur geregend. Een wonder dat de bomen overleven. We fietsen langs de Lidl naar het strand.


Tijdens het eten op de camping troffen we twee oudere Hollandse dames, die binnen een half uur tot 10 keer toe zeiden dat we van dat reizen moesten genieten. Niets uitstellen tot later. Reizen Voordat het te laat was. Ze kenden elkaar van de camping. Waar ze al jaren kwamen. De man van de een was 2 jaar geleden opeens overleden. De man van de ander was vorige jaar toen hij bij de Lidl in het dorp bij de camping op zijn fiets wilde stappen, gevallen en aangereden. In coma en dood binnen een paar weken. Zij had de fiets van haar man aan de campingbaas gegeven en kwam nu de oplader brengen.

Het leven is relatief leer je weer op zo’n moment.


Europa


We maken een tocht door Europa. We zijn van plan om onderweg steeds een paar nachten ergens te blijven. Uiteindelijk gaan we naar La Tuquette, een camping bij Nice. We rijden door Duitsland, Zwitserland en Italië. Tjonge wat is het druk op de weg. We maken de vergelijking met Amerika en Australië. Het is veel meer opletten door de drukte. Je mag wel veel harder rijden. Van Corona en de beperkingen hebben we eigenlijk nauwelijks last. Elk land heeft wel haar eigen regels. In Frankrijk moet je overal je app laten scannen. We zien ook dat iemand wordt weggestuurd die maar 1 inenting kan laten zien. Scannen gaat razendsnel en zonder protest. In Duitsland moet je in een hotel een mondkapje opzetten als je iets van het buffet wil pakken waar je ook een wegwerphandschoen moet gebruiken. In Frankrijk is die handschoen niet nodig. We kamperen soms. We hebben onze fietstent bij ons. Kamperen is tegenwoordig toch meestal je camper parkeren of je caravan loskoppelen. Tenten zie je niet veel. Zeker zo’n kleintje niet. Twee van die oudjes in een kruiptentje. Op de camping in Luzern Zwitserland kampeerden we naast 2 Tibetaanse echtparen uit België. Ze maakten zittend op de grond op een pitje dumplings voor avondeten. Eerst deeg kneden, en vulling en dan rondje dichtvouwen met vulling. En daarna bakken. Ze waren er uren mee bezig. Een echt gezamenlijke maaltijd.

Reizen door Europa is soms jeugdsentiment. “Ach hier was ik met mijn vader” en dat soort opmerkingen. De waterval van Schaffhausen is zo’n plek. Leonie is er als klein meisje geweest. Ik ben er met Marianne langs gefietst vanaf Nederland. Best mooi die waterval, en je moet hem niet te veel met andere watervallen vergelijken.
Als je niet naar de grote toeristische trekpleisters gaat, kom je eigenlijk weinig buitenlandse toeristen tegen. In Weilburg een klein stadje in Duitsland met een enorm kasteel op een heuvel waren zowel in het hotel als in het het stadje de enige buitenlanders. De weinige toeristen die er waren, waren Duits. Je bent dan echt te gast in een land. In Weilberg is de enige watertunnel van Duitsland. Je kan er na een paar sluizen zo met je kano onder de stad door naar de andere kant. Beetje een curieus jongensding.
Het thuisfront heeft ons niet losgelaten deze reis. We konden pas weg omdat de buurman in het ziekenhuis werd opgenomen. Leonie heeft hem soms drie keer per dag aan de telefoon. Ook heerste er griep op het thuisfront. Ziekte slaat wel toe in Nederland. Gisteren belde mijn bovenbuurman paniekerig op omdat er een inbraakpoging was gedaan. Hij had het op de camera gezien.

zaterdag, februari 01, 2020

Eten op Bali



Leonie eet vanavond Mbrigghiatieddhi de Carne e Prummitori. We eten voor de derde keer deze week bij Massimo een Italiaans restaurant in Sanur. Een keer op kosten van Karel die hier ook heeft gegeten. Ik heb hier een uitstekende Ossobuco gegeten. Lekkere wijn en krankzinnig lekker ijs. De hollanders die links en rechts naast ons zitten eten pizza en lasagna.  De mannen een biertje, de vrouwen een flesje mineraalwater.
We gaan nu al weken 2 keer per dag uit eten en hebben veel Balinese restaurants uitgeprobeerd. Over het algemeen houdt het niet over. Soms zijn we verbaasd over hoe goedkoop het is dat wel. Alles smaakt hier vlak. In een gerecht van een willekeurige afhaal chin ind restaurant in Nederland zit veel meer pit. Nergens staat sambal op tafel. Kennelijk is dat wel wat de toeristen willen. In elk restaurant kan je burgers en pizza krijgen. Op Lembongan was het eten trouwens beter.
Hoogtepunten zijn we naast de Italiaan maar een keer tegengekomen. Dieptepunten des te meer.
Loempia’s die geserveerd werden terwijl een kant in de lengte volledig open lag. Een ons of wat frituurvet was er zo ingelopen. Of ergens anders loempia’s die voor het frituren nog een keertje flink door de panko (grof paneermeel) waren gehaald. Zo was de korst wel een cm dik.  Bij een nasi campur ( nasi rames) werd een knakworstje uit blik geserveerd en gekookte kippenfilet zonder enige smaak of saus. Of een portie sate met een satesaus uit een pakje. Een saus die je bij je patat krijgt in Nederland is lekkerder. 
Het is hier een knieval voor slappe smaak. Bejaarden voedsel.
Met weemoed denken we aan Thailand, waar het eten authentieker, pittiger en lekkerder is. Gelukkig hebben we de laatste avond heel goed gegeten in een sjofele bar aan het strand.  The Genius Cafe. Hier zijn de gerechten samengesteld door chef Cynthia Louise. Heel lekker en je krijgt een betere binding met je organen als je haar mag geloven. Ik ben er een beetje in de war van. Er zijn 438 restaurants in Sanur. Het beste kan je eten bij een cafe waar ze recepten van een zweefteef gebruiken.

maandag, januari 27, 2020

Bali, nothing changed


Onze taxichauffeur die ons van het vliegveld komt halen, vraagt of we eerder op Bali zijn geweest. Dat zijn we inderdaad. De laatste keer was bijna 2 jaar geleden. Hij zegt met een zekere trots dat er niets is veranderd. 
Is dat zo? Vragen we ons af. Inderdaad is veel hetzelfde gebleven. Taxi, taxi. Vriendelijke mensen. Het eten. Het weer. Weinig moslim invloed.
Het eten is aan het veranderen. Gezonde salades zijn veel meer te krijgen. De anti glutenmaffia heeft ook hier voet aan de grond gekregen, overal is glutenvrijepasta te eten. Het duurste produkt in de supermarkt is een zak quinoa van 12 euro. 

Wat ook veranderd is: het is een stuk schoner geworden. Het lijkt alsof de straten en stoepen beter geveegd worden. Nergens zien we hier in Sanur zwerfvuil. Dat wordt voor een behoorlijk deel veroorzaakt door het niet meer gebruiken van plastic tassen en zakjes. Drank en eten zit niet meer in plastic zakken. Boodschappen doen ze in een linnen tas. Op Lembongan wordt een keer per week een stand opruimactie georganiseerd. 
Je kan je afvragen of het niet te laat is. Er is zo’n onwaarschijnlijke hoeveelheid plastic in de zee terechtgekomen. Die tonnen krijg je er niet zo uit. Sanur ligt plastic technisch gezien aan de goede kant van het eiland. De oostkant. De westkant Seminyak en Kuta hebben er veel meer last van. Daar spoelt ook het plastic van Java aan. 
Hoe dan ook, men probeert het plastic te beperken. 
We mogen hopen dat de zee niet te vervuild is geraakt.
Gisteren gezwommen in de zee bij ons luxe hotel waar alles aangeveegd is en geen verwelkt blad op de grond ligt. Ook het strand wordt elke ochtend opgeruimd en geharkt. Op de verder heldere zee dreven duizenden piepkleine plastic bolletjes piepschuim. Dezelfde soort korreltjes waarvan er een paar miljoen op Terschelling liggen.

woensdag, januari 22, 2020

Nusa Lembongan, eilandgevoel


Een eiland voor de kust van Bali is Nusa Lembongan. 35 minuten varen (bonk bonk op de golven) in de speedboot. Om in de boot te  komen moet je vanaf het strand naar de boot waden. Je wordt nat tot net onder je kruis. Voor de groep Chinese toeristen is het wat lastig. Ze hebben lange broeken, sokken en dure nike of adidas schoenen aan. Maar ze worden liever nat dan dat ze bruine benen krijgen.  Wij hebben een kleine rugzak bij ons, maar de meesten die meegaan in de boot hebben flinke koffers mee. We zijn de oudsten in de boot. 
In het “resort” is er enig gesteggel over de kamer, maar uiteindelijk hebben we een still huisje met een beetje uitzicht op zee. Het eiland leeft volledig van het toerisme. Het merendeel van de weinige gasten is Australisch of Chinees.
Als je hier over het strand loopt,  kom je van de ene sfeer in de andere. Een groep spelende kinderen, voetballende jongens, mooie surfers, 20 elkaar in de zonsondergang  fotograferende Chinezen, zeer bruine hippieachtige types met knotjes op het hoofd. Een vrouw die van voren er heel gewoon uitziet, maar achterop getekend is. Vervallen ingezakte hutten worden afgewisseld met hotels die allemaal zitzakken op het strand hebben liggen. Meestal zitten er niet veel mensen. Sommige hotels staan leeg. 
Ik wordt aangeroepen als “papa”. Leonie zegt: “wees blij dat ze je geen opa noemen”. Een paar jongetjes van een jaar of 8 proberen ons een keer of vier iets wat op armbanden lijkt te verkopen. Ze wonen in een bouwval naast ons hotel.
Bij de mooie zonsondergang, zeggen we dat Lembongan ons een eilandgevoel geeft. 

Er is een Chinese familie in ons resort. Chinezen reizen tegenwoordig minder in groep, maar ook wel als gezin.  Man vrouw, een zoontje en en dochtertje en opa en oma. Het jongetje van een jaar of 7 is de baas. Als hij iets wil, schreeuwt hij zo ongehoord hard dat zijn ouders hem zijn zin geven. En dat gaat ver: iedereen siddert voor hem. Hij wil niet uit hem zwembad dus krijgt hij zijn bord spaghetti in het bad aangereikt. Even later een schreeuw en komt vader er zout op doen. Als er teveel saus op zijn vingers zit, spoelt hij dat in het zwembad af. Opa en oma zitten ietsje verder de restjes op te eten. Als zijn zusje van twee op vergelijkbare wijze gaat krijsen, begint het restaurantje leeg te lopen. Dan maar ergens anders eten. De familie heeft waarschijnlijk geen idee wat voor commotie ze veroorzaken. 
We moesten denken aan de rapportage van Ruben Terlou over een heropvoedingsschool in China. We zullen de ouders morgen de tip geven.

dinsdag, januari 21, 2020

Vervoer in Doha



Alles is auto in Qatar. Op de open plekken in de stad staan overal, kris kras auto’s geparkeerd. De meeste auto’s zijn heel gewoon in Doha, wel wat stevige 4wheeldrives. Maar in Amsterdam Zuid zie je meer bijzondere  auto’s. De benzineprijs is iets van 47 cent. En zoals in elk goed kapitalistisch land: Uber is er.
Het is plat, goed geasfalteerd. Maar niemand zal rekening met je houden als je hier wil fietsen. Ja er fietsen een paar armoedzaaiers op oude fietsen. In 4 dagen een wielrenner gezien en die liep. Fietsen zou inhouden dat we ons met de taxi naar een park laten vervoeren, daar dan een feestfiets huren voor een half uur.  En een rondje in het park maken. Dus maar niet gefietst.
Een voordeel van het ouder worden is dat sommige dingen niet meer zo hoeven. Qatar zou het 37ste land zijn waar ik zou fietsen, ach wat maakt t uit.
Brommers zijn kennelijk verboden in Qatar. We hebben er geeneen gezien. 

Er is mede voor de WK voetbal een metro aangelegd. Drie lijnen. Een kaartje kost 50 cent. Ook helemaal naar het vliegveld. Mooie stations, heel strak. Goede airco, geen reclames, en lekker rustig. Een beetje als de noordzuidlijn in Amsterdam, maar dan met minder mensen en geen afbeeldingen. Per ongeluk in een family rijtuig gestapt. Daar zaten alleen vrouwen, de meesten in boerka en met kinderen. Iedereen ging gauw een paar bankjes van ons vandaan zitten. Stel je voor. Een ontmoeting met een vreemde man! Gelukkig niet opgepakt.
Geen idee hoe ze dat hier hebben gedaan met al dat zand, maar je gaat soms wel drie flinke roltrappen diep. Een paar uitgangen van stations komen letterlijk in de woestijn uit. Mooie roltrap omhoog en dan is er in honderden meters alleen zand en een snelweg. Op de groei gemaakt?

zondag, januari 12, 2020

Feodaal met een Guccitasje


We bezoeken het prachtige nationaal museum van Qatar. Het gebouw is geinspireerd door een woestijn roos. Een futuristisch gebouw van een verzameling vliegende schotels. Heel sereen. Zonder bordjes, belettering, afbeeldingen van buiten. Het ontwerp is van Jean Nouvel, die ook het Louvre in Abu Dhabi heeft ontworpen. Het is vorige jaar geopend. In het boekje over het museum wordt de architect niet genoemd.
In het museum wordt de geschiedenis en het ontstaan van Qatar gepresenteerd. Er zijn geen deuren in het museum, je loopt van ruimte naar ruimte, overal schuine muren, je loopt voor een behoorlijk deel met een vals plat omlaag. Op de muren worden beelden geprojecteerd. Soms op alle muren tegelijk. Dan sta je in een snikhete woestijn of tussen de vissen. In afgeschermde hoeken is er een plek waarbij kinderen iets kunnen doen. Bijvoorbeeld de volgorde bepalen van opgegraven voorwerpen, of hoeveel dingen je kan maken met een vat olie.  In elke ruimt staat een suppoost. 
Het begint met het ontstaan van de aarde en de vorming van het schiereiland 4000 jaar geleden. Het is allemaal heel mooi gedaan. Wonderlijk hoe je een heel museum weet te vullen met zo weinig geschiedenis. Rond 1900 woonden hier 10000 mensen. Vissers en parelvissers. 
Toch is het heel interessant en amusant. Veel verhalen worden door oude bewoners op video verteld. Prachtig, prachtig allemaal.
Pronkstuk is een tapijt met anderhalf miljoen pareltjes bestemd voor een Mararadja uit India. Een beetje de omgekeerde wereld. Nu werken duizenden mensen uit in India hier voor een laag loon. 
Op een gegeven moment wordt het me duidelijk: dit hele museum is bedoeld om de Emir te rechtvaardigen. Hij is de baas in dit land. En zo moet het blijven. Verteld wordt dat families dicht op elkaar woonden en dat verschillen in de familie werden beslecht door het stamhoofd. Op de schepen die soms maanden weg waren, werden de beslissingen genomen door de kapitein. Die meestal erudiet was, wordt er dan bijgezegd. Gewezen wordt op de juiste beslissingen van de Emir. In de tradities van dit land past de absolute monarchie. 
Qatar is een verzonnen land. Dat de moderne tijd instapt met prachtige moderne hoogbouw, met aan het hoofd een vorst uit de middeleeuwen. Feodaal met een Gucci tasje.


zaterdag, januari 11, 2020

Een paar dagen in Doha


Overal liggen plassen. We krijgen een nogal merkwaardige indruk van Doha de hoofdstad van Qatar. Normaal regent het een cm of 6 per jaar. Dat is vannacht voor een groot deel gevallen. Dat ze er niet op rekenen dat het kan regenen, is te zien. Auto’s staan tot hun deuren in het water. We moeten soms 50 meter omlopen omdat we geen kaplaarzen aanhebben.
Het is heerlijk fris. Veel mensen hebben een winterjas aan. Koud is het niet, ik loop in een overhemd met korte mouwen. 
We verblijven in een hotel in de oude stad. Oude stad moet je met een korreltje zand nemen. Voor de olie, 60 jaar geleden was het hier een arm vissersgehucht. 
Lopen is een aparte ervaring. Paden in parken eindigen zomaar bij een hek. Stoepen zijn er soms wel en soms niet. Eigenaardig is het oversteken bij kruisingen. Auto’s rijden altijd door. Ook bij zebra’s. Als we zeker 5 minuten (en dat is lang!) hebben gewacht bij een voetgangerslicht steken we met een groep verzamelde toeristen toch maar over. Als we een kruising verder wel een groen licht krijgen blijken we 12 seconden de tijd te hebben om een 8 baans weg over te steken.
Het is hier Sim City. De wegen zijn tot ver in de woestijn aangelegd. De rest maakt een onaffe indruk. Een 20 verdiepingen hoog hotel, met daarnaast een stuk hobbellige woestijn waar auto’s kriskras geparkeerd staan. Tegenover ons hotel staat een hotel van 15 verdiepingen leeg. Het kantoorpand ernaast ook. Verderop een kale vlakte met dan opeens 4 kantoorpanden van 20 hoog die op niet meer dan een paar meter van elkaar staan.

In het centrum is de oude bazar, de Souq Waqif. Kleine straatjes, veel handelaren zijn dicht omdat het een vrije dag is en er ook weinig toeristen zijn in deze tijd van het jaar. Het is er een vriendelijke mix van toeristen en locale bevolking. Leuke niet opdringerige mensen. Alles is spik en span schoon. Voortdurend wordt er geveegd.  Ons terras en de straat ervoor wordt zelfs gedweild. Personeel is hier niet zo erg duur.
Toeristen die maar een paar dagen blijven, zijn goed te herkennen, ze gebruiken hun telefoon niet. Wij ook niet buiten de wifi van het hotel. Een paar smsjes die ik kreeg toen ik de telefoon aanzette op het vliegveld, koste me 11 euro. De mededeling dat een sms 5 euro kost, kost kennelijk ook 5 euro. Geen Wifi op de terrassen.
Souq Waqif ziet er uit zoals in een Indiana Jones film. 
Op het terras wordt mij gevraagd wat we eten. De man is hier de baas dus die besteld ook voor mevrouw. Leuk zo’n terras. Kan je iedereen ongegeneerd bestuderen. We zien sommige mensen wel 5 keer voorbij komen. Je moet goed kijken wie bij elkaar horen. Het kan best zijn dat de man 10 meter voor de vrouw loopt, en helemaal niets met elkaar te maken lijken te hebben. Vrouwen in een nikab hebben wel een iphone 11 in de hand en een Gucci tas aan de schouder. Mannen lopen soms hand in hand. Stellen vrijwel nooit. Een westers geklede vrouw herkent en begroet een oude vriendin, die een nikab draagt. Ons is het een raadsel hoe zij herkend wordt.  Fotograferen van al die mensen zit er niet in. Dat heeft men liever niet.
Naast ons komen 2 vrouwen zitten, een met hoofddoek en een zonder. Druk in de weer met het afspelen van allerlei muziek op hun telefoon. Ze vinden het koud. Ondanks dat ze jassen aanhebben. Eentje heeft toch zelfs een bontkraag. Ze vragen aan de ober of hij de terrasverwarming aan wil zetten.




woensdag, juli 18, 2018

Laatste dagen British Colombia

 Uit de luidsprekers horen we: "Here is the captain speeking. This morning we saw some whales. Maybe you can see them on your way to the mainland". Er zijn dus killer whales of orka's in de buurt. Mensen turen een uur over de vlakke oceaan, niks te zien.
En wij denken het is weer zover. Dit is welgeteld de elfde keer dat wij in deze buurt een ferry nemen. De helft van de keren hebben we gehoord dat vlak ervoor of de dag ervoor killer whales te zien waren. Nooit iets gezien.
We zijn op weg terug naar huis. Via het vaste land. Niet zo ver rijden. Wel drie Ferries.
Deze hoek van Canada bevalt weer goed. Aardige, open mensen, lekker laag tempo in alles. Erg op de natuur gericht. Iedereen heeft een boot en een flink stuk grond. Problemen lijken ze hier weinig te hebben. Geen vluchtelingen. Geen Trump.  Stil is het hier, en schoon. De natuur is hier nog puur, nog niet veranderd in een landschapspark.
Eenzaam hier? Ach zegt een huizenbezitter tegen ons: "het is maar 20 minuten per seaplane naar Vancouver."
Er verandert wel wat. Overal worden hier nogal grote huizen gebouwd, die allemaal uitzicht op zee moeten hebben. Vervolgens worden die huizen verhuurd aan Canadese toeristen. Niet alles in British Colombia is koek en ei. Er is ook hier sprake van een enorme sterfte door overdosis aan Fentanyl, zoals in de rest van Canada en in de USA.  Op 5 miljoen inwoners stierven er in 2017 meer dan1700 aan een overdosis van de pijnstiller Fentanyl. De meeste bewoners kennen inmiddels iemand die er aan overleden is.
Als je op de kaart kijkt zie je dat het grootste deel hier onbewoond is. De natuur kan wel wat hebben.
\Gisteren een poging gedaan om in zee te zwemmen. Behoorlijk koud. Alleen maar even ondergedompeld. Vandaag in een meer gezwommen en dat was een stuk warmer. Zelfs beter dan het Nieuwe Meer. Leonie weer in haar element. Hier en daar komt een kano voorbijvaren, het water is helder. Je kan zo de bodem meters diep zien.
In een veel de vele baaitjes is een winkel met restaurant. Het restaurant is op dinsdag gesloten. Dat weet ook iemand met een Foodtruck die Taco's verkoopt. Overal is het hier heel rustig, maar bij de Truck staat een enorme rij. De mond op mondreclame gaat snel. We hebben nog nooit zulke lekkere Taco's gegeten. We gaan zelfs een tweede keer in de rij staan voor nog een paar.

Nog een Ferry en we zijn in Vancouver en vliegen we naar een Nederland waar de temperatuur hetzelfde is als hier de laatste weken.




dinsdag, juli 17, 2018

Vancouver Island MusicFest


"Your from the valley?" Dit muziekfestival is een sociaal gebeuren. 10000 mensen komen elk jaar naar dit grootste feest van Vancouver Island niet zozeer voor de muziek maar voor de sociale contacten.
Buitenstaanders komen hier eigenlijk niet. Mogelijk een enkeling uit Vancouver. Maar verder niet. Makkelijke mensen, je raakt zo met iedereen aan de praat. Men gaat er vanuit dat we in "de valley" wonen, dat is het gebied rond Comox/ Courtenay waar het festival wordt gehouden. Als we dan vertellen dat we uit Nederland komen, vragen ze wanneer we hier zijn komen wonen. Veel mensen hebben trouwens wel een familielid uit Nederland.
Emigranten uit Nederland zijn hier in de jaren 50 komen wonen. Kinderen van Nederlandse emigranten spreken meestal geen Nederlands meer,  bij de kleinkinderen is de Nederlandse cultuur helemaal verdwenen.
Een dikkige mevrouw met tatoeages, legt aan Leonie uit dat ze zo tevreden is met haar schoonzoon uit Nederland. Haar dochter had hem via Internet ontmoet en nu woont hij met haar hier. Ze zegt dat ze best ook zo'n leuke betrouwbare man uit Nederland wil hebben.
Werd op het Kate Wolf festival de naam Trump helemaal niet genoemd. Hier beginnen alle artiesten uit de VS erover. Fuck Trump. Glad to be in Canada.
Canadezen zijn zeer tevreden om in Canada te wonen. Hebben wel medelijden met die linksige Amerikanen.
Het is dus gezellig en heel lokaal georiënteerd. Vaak weten mensen helemaal niet waar ze naar gaan luisteren. Wij worden dan ook als muziekkenners beschouwd. Leonie kan zomaar liedjes meezingen van zangeressen waar zij nog nooit van gehoord hebben. Soms bijt het elkaar wel de muziek en de gezelligheid. Grethen Peters zingt voor de tweede keer dit weekend "Five minutes", een nummer uit mijn top tien. Terwijl Grethen een minuut bezig is staan 2 vrouwen voor me op en overleggen uitgebreid over wat ze zullen gaan eten. Ik heb het dan even moeilijk.
Op zo'n festival is het drie dagen zitten, wandelen, luisteren, eten en bier drinken. Om toch nog wat aan onze beweging te komen, fietsen we van de B&B naar het festival. De dag begint daarmee heerlijk, fris de berg afscheuren  en nog een stukje plat. 's Avonds is het toch wat lastiger. We blijken boven op de Cauberg te wonen. Een flink stuk lopen in het donker. Ook nog een paar keer afkoeling gezocht in de rivier die ook hier langs het festivalterrein loopt. Een adelaar zat in een boom naast de rivier.
De muziek die werd gemaakt, beviel ons wel. Vooral dag 2. Veel mooie samenzang zoals bij de jongens van Darlingside. Na hun optreden meteen een kaartje voor Paradiso geboekt. Prachtige gitaristen. Rob Ickes en Trey Hensley. En vooral Don Ross. Kleine ventje, kleine gitaar. Onnavolgbaar.
Passenger gaf in z'n eentje een heerlijk concert waarbij hij het publiek heel goed wist te bespelen. Leuke jongen. Van de oudjes had Arlo Gurthrie het meest succes. Blijft een leuke man. Hij had zijn dochter Sarah Lee en een zoon mee. Heel enthousiast publiek. Toen Sarah Lee heel ingehouden een nummer over haar moeder zong, begon mijn buurman spontaan te huilen. De tranen liepen over zijn wangen, en dat bij motorrijder van 140 kilo die zijn hele familie in enorme portretten op zijn armen en benen had laten tatoeëren. Ry Cooder speelde wat gezapig. Ouderwetse muziek zegt Leonie. Three woman and the truth (Grethen Peters, Eliza Gilkyson en Mary Gauthier) waren zowel individueel als als groep te horen. Gelachen om de afkorting van hun groep: TWAT. Hetgeen domoor of nog erger kut betekent. Grethen was in vorm. Prachtig, ze wordt helaas wel steeds dikker. Eliza 4 keer zien optreden. Zij heeft veel succes bij dit festival. 4 keer is maar goed ook want ze gaf na afloop aan niet naar Europa te willen vliegen omdat ze daar veel te veel last van krijgt. Oren?
Het ziet er dus  niet naar uit dat ze binnenkort nog naar Nederland komt, ondanks dat ze daar haar trouwste fans heeft zitten.
Dat ik haar zo graag wil horen, is voorbestemd. We zijn namelijk op dezelfde dag geboren. Zij is een paar uur ouder.

zaterdag, juli 14, 2018

Vancouver Island: zeehonden en elanden

 De paar wegen die er zijn op Vancouver Island zijn heel druk. Buiten de wegen is het stil en verlaten. Het eiland is 500 km lang en 100 breed. Er wonen driekwart miljoen mensen. De helft in Victoria in het zuiden. We hebben een paar dagen een huisje aan een binnenzee in Sooke. De mevrouw van de Bed en Breakfast heeft het bungalowtje net laten opknappen. Overgenomen van een echtpaar dat er 25 jaar in de vakanties had gewoond. Ze glimlacht voortdurend, maar of ze veel zin in gasten heeft betwijfelen we. Later blijkt dat ze de B&B net te koop heeft gezet. Naar het huisje loopt een steile trap van 50 treden.





Nog nooit zo'n plek meegemaakt zeggen we tegen elkaar. Als het huisje in Europa stond, zou ik er meteen een bod op doen. Alles is perfect geregeld in het huisje. Je kan er zo een tijd in wonen. Open haard, TV, knusse huiskamer, slaapkamer met uitzicht op zee. Alle snufjes zijn aanwezig, er is zelfs een centrale stofzuiger installatie.



In de prachtige baai is het een keer per dag eb. Driekwart van de tijd is het hoog water. Bij eb loopt de baai voor een groot deel leeg. En wordt van hel blauw, groen door de waterplanten die droog komen.
's Avonds zien we vanuit de Jacusi zeehonden zwemmen en op de stijger klimmen. Een paar jongen worden nog door de moeders gevoed. Honderden ganzen zwemmen voorbij. Soms met wel 50 in een rechte streep achter elkaar.
's Morgens staan we vroeg op om naar het sporten op TV te kijken. Het is hier 9 uur eerder. Voetbal en de tour zijn te zien. Wimbledon zit op betaal TV en kijken we via VPN op de computer.
Buiten lopen niet de beren die er vaak schijnen te zijn. Wel zit er een eland in het gras voor het huisje. 

zondag, juli 08, 2018

De bruggen van Portland


Een paar dagen in Portland. Voor mij zijn er twee redenen om naar Portland te gaan.  Er zijn In Portland meer brouwerijen dan in welke stad in de wereld. En het wordt wel de meest fietsvriendelijke stad van de VS genoemd. Op het vliegveld is bijvoorbeeld een werkplaats met gereedschap om je fiets in elkaar te zetten als je die mee hebt genomen met het vliegtuig.
Erg aantrekkelijk vinden we stad zelf niet. Het ziet er allemaal nogal industrieel uit. Rechte straten en veel verbouwde fabrieken. Een paar aardige gebouwen, zoals Union Station en dan hebt je het wel gezien.
En inderdaad je komt overal brouwerijen tegen. Soms met een geweldig groot cafe/ restaurant waar wel 500 mensen kunnen zitten. Lekker bier dat in pint glazen of zelfs halve liters wordt geschonken. En ook nog lekker eten. In de dagen tussen de 4 juli en het weekend zitten ze stampvol.
We hebben een paar dagen fietsen gehuurd om wat rond te rijden. Dan merken we pas de charme van de stad. Langs de rivier lopen fiets/ voetpaden die veel gebruikt worden. Veel variatie in fietsen. Racefietsen, elektrische fietsen, vaders met een bakfiets, kinderen op de fiets en een enkele ligfiets.
De bruggen over de rivier zijn prachtig en heel hoog, Minstens 25 meter. Een schitterende hefbrug, een heel moderne, een paar dubbele bruggen voor het autoverkeer. Bijna elke brug heeft fietspaden. Er is zelfs een brug alleen voor de Tram, voor voetgangers en fietsers.
In een stad als Portland zijn weinig buitenlandse toeristen. Wat verbaasd worden we gevraagd wat we hier doen. Familiebezoek? Voor werk hier? Vrienden bezoeken? Er moet een reden zijn om hier te komen. De mensen zijn heel vriendelijk en behulpzaam. Hier werken niet veel Mexicanen in de hotels en de horeca.
Veel vrouwen hebben enorme gekleurde tatoeages. Hele armen zijn met een grote afbeelding bewerkt. Dat is effe wat anders als hier en daar een lieveheersbeestje. Er is een heel grote, goedlopende Farmersmarket.  Honderden stalletjes met kunst, eigen gemaakte  kleding, houtbewerking en eten. Veel alternatieve types. Heel druk en succesvol.
Ons blijft het daklozen probleem verbazen. In de binnenstad en het park langs de rivier zien we honderden zwervers. Mensen liggen tussen het winkelende publiek op straat. Heel veel verslaafden en mensen die ernstig in de war zijn. Vrouwen en meisjes liggen zo maar tegen een muur of in een portiek. Een jongen speelt op een heel valse gitaar voor de ingang van een brouwerij. Hij heeft een bord bij zich waarop staat dat hij 49 dollar nodig heeft om zijn medicijnen voor de komende 2 weken te betalen.
Men is wel begaan met de zwervers, maar het lukt niet het probleem op te lossen. 13 jaar geleden is er hier een plan opgesteld om alle zwervers van de straat te halen. Dat is nog steeds helemaal niet gelukt. Toch wordt er een paar honderd miljoen dollar per jaar aan het daklozenprobleem besteed.

dinsdag, juli 03, 2018

Kate Wolf 2018 vervolg

We gaan naar dit Festival vanwege de sfeer, de Vibe zogezegd. Ouwe hippies onder elkaar. Iedereen is vriendelijk en graag bereid om een praatje te maken. Heel kalm en relaxt.
De zaterdag was het snoeiheet, bijna 40 graden.  Ze zijn het wel gewend die festivalgangers. Niemand gezien die problemen had met de hitte. Wel afgekoeld in het riviertje dat langs het terrein loopt. "Clothes optional". Ik laat maar even in het midden wie daar gehoor aan heeft gegeven. In ieder geval is het een heel gezellig gedobber van talloze kinderen en festivalgangers. Knus.

Een dikkege, grijze dame voor ons steekt een pijpje op. Geeft het door aan haar vriendin. Roken is verboden, hash roken kennelijk niet.

We zitten in de middag een uurtje bij het grote podium waar wat oudere artiesten optreden. We zien een zee van grijze achterhoofden voor ons. Ik tel 7 gehoorapparaten. 50 jaar naar muziekfestivals gaan, vergt haar tol! Op het toneel staat Tom Paxton die vertelt over  muziek die hij schreef in Greenwich Village. In 1963. Hij wordt aangekondigd door een 80+ clown en vergezeld door bijna even oude kompanen. Hij is nog verdomd goed bij stem.
Ik denk dat over 10 jaar dit festival niet meer bestaat. Ze zullen toch een heel nieuw publiek en artiesten moeten aanboren.
Op een gegeven moment terwijl we rustig om ons heen zitten te kijken zegt Leonie: "Ze schamen zich ook nergens voor". Ik knik en beaam het. Ik zie een drietal mooie, voor driekwart ontblote vrouwen voorbij komen. Pas een paar minuten later realiseer ik me dat ze doelde op een paar dikkige vrouwen die er uit zien als voddebalen. Ze hebben willekeurige kleding uit de kast gehaald en die over elkaar aangetrokken. Willekeurig is niet het goede woord. Ik bedoel zoek een paar lelijke kledingstukken die helemaal niet bij elkaar passen. Een trainingsbroek met olifanten, een paarse bloes en een gifgroene jurk zoiets.
Maar iedereen word hier geaccepteerd zoals hij of zij is. Wil je met 40 kilo overgewicht en vol met tatoeages in bikini rondlopen, niemand kijkt ervan op. Soms raken we in verwarring. Een soort LHBT discussie in de dop. Ik zie twee lange, slanke homo's met een collegekapsel. Oh die heb ik niet veel gezien hier denk ik, maar dan besef ik dat het twee vriendinnen zijn.
We zijn buitenlanders en hebben dus een streepje voor. In de ochtend zetten we onze opknapstoeltjes neer in het invaliden vak. Ik wijs op de knieën van Leonie. Pure ziektewinst. We zien om ons heen wat kreupelen en mensen die slecht ter been zijn, maar ook mensen die er toch heel fris en sportief uitzien. Ik zeg nog tegen Leonie zou je hier ook mogen zitten als je depressief bent?  Is dat ook een handicap? Aan de mevrouw verderop twijfel ik niet, ze zit immers in een rolstoel. Tot ze monter opspringt en met drie tassen voor een wandelingetje vertrekt.
Bij de kleine podia is het strikt verboden om een plek bezet te houden. Toch laten we een doek achter op een hooibaal. "Hay bale seating." Als we na een uurtje terugkomen hebben de buren om ons heen de plek bewaakt voor de Dutch people. Ze waren in de veronderstelling dat we in Californië waren komen wonen. Immigranten zogezegd. En die zijn hier van harte welkom.

Het Kate Wolf Festival 2018

"Maybe Elvis will save us".
Als je weet hoe alles werkt op zo'n festival is het een stuk relaxter. Er is weinig veranderd. Hetzelfde lekkere bier en eten. Hetzelfde publiek. Bij de muziek dit  keer geen absolute favorieten. Makkelijk, dan hoef je ook niet een uur van te voren in de zon vooraan zitten wachten. We worden zoals te verwachten wel weer verrast.
Pas na een paar dagen merken we een groot verschil met vorige jaar: Er wordt niet over politiek gesproken. Schold iedereen vorige jaar nog op die gek Trump. Dit jaar hebben we het woord Trump niet gehoord. Iemand vatte het samen met: "just listen to music, put off the news".
De eerste dag speelt Eilen Jewell met band op het grote podium. Ze speelt vooral nummers die het goed doen op zo'n festival. Ons kan het maar matig boeien. Maar dan zingt ze "Santa Fe" een juweeltje. Het maakt de tocht naar het festival de moeite waard.


Op de vrijdagavond spelen de the Coffis Brothers & the Mountain Men samen met John Graigie nummers van Tom Petty. Mooi is te zien dat jong en oud het allemaal mooi vinden en waar dat kan meezingt. De broers hebben zo'n beetje dezelfde afgeknepen stem als Tom Petty. De ster is echter de hele jonge gitarist die ze mee hebben, Kyle Poppen. Kan zo glashelder spelen als Petty. Na elke gitaarsolo is er gejoel en applaus.

De muziek is heel afwisselend zoals Leonie zegt. Veel nummers van Kate Wolf gehoord. Niet alles valt in de smaak. Op het hoofdpodium stond zaterdag op een gegeven moment David Bromberg. Bij het tweede nummer zegt Leonie "net Andre Hazes". Ze bedoelt het irritante vibrato waarmee hij zingt. 

Zondag was een zware dag. 12 uur muziek. Heen en weer lopen.
John Craigie hebben we weer zien optreden. Een verrassing. Heel grappig en een performer met persoonlijkheid. Weet de toeschouwers zeer goed te bespelen. Hij trekt veel publiek. Een zeer aangename mooie stem.
Op zondag werd hij begeleid door the Rainbow girls. Drie meisjes. "There was no fucking woman in my favourite band". John heeft in het voorprogramma van Robert Johnson gestaan. Voor 20000 mensen. Hij zegt dat hij daar normaal hij 9 jaar over doet om zo'n publiek te krijgen. Hij vertelt dat opening voor anderen alleen in de muziek voorkomt. Niet in literatuur bijvoorbeeld. Het komt niet voor dat je als je een boek van Steinbeck wil lezen dat je dat pas mag als je eerst het korte verhaal van John Craigie leest. Een live CD van hem heet dan ook Opening for Steinbeck.

Rita Hosking. We hebben ooit een CD van haar gekregen. Leonie beviel die muziek helemaal niet. Toen ze in Nederland optrad, zijn we daarom nooit wezen kijken. Begrijpen dat nu niet meer. Boeiend. Smaakvolle begeleiders. Ze weet goed te vertellen. Het is maar een klein groepje toehoorders. Ze deelt stickers uit. Een heeft de tekst "Maybe Elvis will save us".
Dat klopt met wat er op zo'n festival gebeurt.
Op een vraag uit het publiek vertelt ze over haar oudste dochter. Die is een van de winnaars van het Kerville Folk Festival dit jaar. Samen trouwens met onze Ben Bedford.

Joan Osborne kan ons niet erg boeien. Keb Mo is een leuke vent. Gewoon zitten op een stoel en muziek maken.
Het festival werd zondag afgesloten door de Indigo Girls. De Girls zijn al wat op leeftijd maar trekken nog steeds een groot publiek. De donkere is goed bij stem, maar de blonde zingt heel erg vals. Niet een keertje, nee bij elk nummer. Ik krijg en rillingen langs mijn ruggengraat van. We kijken om ons heen, maar niemand reageert zoals wij. Op platen zong ze nooit zo. Het is ons een raadsel waarom dit geaccepteerd wordt. Gitaar speelt ze wel erg goed.