vrijdag, april 29, 2011

Eilandgevoel

Lopez Island. Hier in de stromende regen gearriveerd met de gratis Ferry. Nog 8 andere passagiers en wat auto’s gingen van de Ferry af. We zitten in een heerlijk huisje op een camping. We zijn de enige gasten. Op Lopez Island wonen een paar duizend mensen. Het is grillig gevormd en in oppervlak de helft van Texel. In het dorpje lijken de hippie tijden nog steeds te leven. Mannen met staartjes en lange baarden. Eco voedsel en koffie. Wat is iedereen relaxt! Als je voorbij fietst wordt er naar je gezwaaid. 
Het weer vandaag is ongekend mooi. Er was stortregen verwacht en nu schijnt de zon. Het eiland begint uit haar winterslaap te ontwaken zeggen de bewoners. De toeristen gaan komen vanaf komende week. Zaterdag is het grootste feest van het eiland. Een jaarlijkse fietstocht waar duizenden aan mee doen. Die rijden allemaal de tour de Lopez. Verder gebeurt er niet zoveel, o ja Free Willy is hier opgenomen. Maar dat is al 25 jaar geleden.
Alle deuren staan hier open, er wordt kennelijk nooit wat gestolen. Veel mensen willen wel een praatje maken. Isabelle van de coffeeshop woont hier 13 jaar. Toen ze voor hier voor het eerst kwam in 1968 was ze nog te jong om te blijven. De muren staan vol met allerlei allerlei konningedag spullen. Klanten krijgen en kopje koffie als ze iets achter laten. Dat wordt daarna voor een klein bedragje verkocht. Een klant gaat verrukt weg met een paar papieren paraplus.

maandag, april 25, 2011

Een Bed en Breakfast in de USA


We hebben enige ervaring met de B&B in Nederland. We wonen immers boven en ook onder een B&B. Toch is een B&B in de USA een geheel andere ervaring. Vandaag zitten we in de Inn to the Woods op San Juan Island vlak tegen de grens met Canada aan. Onze kamer is redelijk groot maar oogt klein door een enorm bed, waar je niet instapt maar opklimt. Op het bed liggen een kleedje en een stuk of twaalf kussens. De rest van de kamer is overladen met allerlei frutsels. De badkamer is ruim heeft en ligbad. Buiten kunnen we beschikken over onze eigen Hottub van 2 bij 2 meter. Vier keer wordt meegedeeld dat  geheel private is. Je kan dus in je blootje in het bubbelbad.
Er is kabel en satelite TV met honderden kanalen. s'Ochtends wordt je geacht met zijn allen (er zijn 8 gasten) te ontbijten. Er zijn 2 andere echtparen en een stel vriendinnen.
Wentelteefjes met sinasappelsmaak, kunstig gesneden fruit en een soort gehakt schijven. De meneer tegenover me eet het met smaak op, en vertelt uitvoerig over het eten op het eiland. Ze blijken elke middag en avond een restaurant te hebben gereserveerd. Tussendoor zijn ze nog wel wezen wijnproeven. Zij is redelijk aan de maat, hij is drie keer zo dik als ik. Ze komen uit San Francisco en doen dit voor het weekend. Ze rijden dus wel even 1000km heen en terug. 
Heerlijk vind ik het om te horen dat hij een vreselijke hekel heeft aan de fietstocht die door een paar duizend fietsers in San Francisco wordt gehouden op de laatste vrijdag van elke maand. Hij zegt dat het geen doen is en dat je beter met het openbaar vervoer kan komen. Fijntjes zegt een van de dames aan tafel dat dit mogelijk juist de bedoeling is.
Ik kan mijn ogen niet afhouden van een dame aan de overkant van de tafel. Ze heeft duidelijk een tijdje terug een facelift gehad. Haar gezicht is nog wat pafferig en hier en daar wat blauw. Ze zit heel dik onder de makeup. Ik krijg de associatie met het trieste hoofd van Moniek van de Ven.
Er zijn nadrukkelijk ook dingen niet in zo’n B&B. Het is alleen voor de nacht. Je wordt geacht 2 keer per dag buiten de deur te eten. Enige gezellig contact met de eigenaren is er niet bij. Ze zijn nogal schuw tegenover buitenanders en fietsen is natuurlijk helemaal raar. Als we een tijdje in de huiskamer zitten en een paar kussens veplaatsen en daarna even naar onze kamer gaan, blijken de kussens weer teruggelegd in een mum van tijd. Ze zitten dus kennelijk heel goed op te letten wat we doen.
Onze medegasten zeggen dat je heel lekker verderop langs de weg in de Soup Duck kan eten. Een grapje over de Fat Duck begrepen ze helaas niet. Er werden daar echt kleine Europese porties geserveerd. En we moesten vooral de gefrituurde brussels sprouts vooraf nemen. Natuurlijk hadden we beter moeten weten. De Soup Duck zag er gezellig uit, een beetje Oostenrijks. Brussels sprouts werden zo uit de frituur, met steel en al geserveerd. Beetje gek eten. Daarna kregen we nog linzen soep met mais en een salade (die kregen iedereen voorgeschoteld) en vervolgens zaten we al helemaal vol en moest het hoofdgerecht nog komen. Wel goed eten, maar weer veel te veel. Zo gaat dat in de VS.

woensdag, april 20, 2011

Met de Ferry naar Vancouver Island


Het is nu twee uur. We zitten Horseshoe Bay. Prachtig uitzicht vanuit de coffeeshop over de fjord met aan de andere kant bergen die bedekt zijn met sneeuw. We deden een poging om de boot van half elf naar Vancouver Island te halen. Dat lukt net niet. Wel een heel mooie tocht over een spectaculaire brug. Heftiger dan de Golden Gate Bridge. Daarna op en af met af en toe een mooi uitzicht op zee.
We namen dus een boot later. Die tijd is snel voorbij met een hapje eten. Door een klein deurtje in een hek kan je zo de boot op fietsen. Een meneer neemt ons kaartje in en zegt nog iets .... island. Wij zetten de fietsen vast en gaan naar boven. De boot vertrekt een half uur te vroeg. Blijkt het de boot naar Bowen Island te zijn. Nooit van gehoord. Wel een heel mooi eiland.
Die Canadezen hangen dezelfde filosofie aan als Cruijff.  Ze zien overal de positieve kant van. Een oudere heer zei dat we het maar in ons logboek moesten zetten. Dan heb je weer een leuk reisverhaal. De meneer van de kantine die ons aan een nieuw kaartje hielp, zei dat we zo terug waren. En laatst waren er mensen geweest die was hetzelfde overkomen, maar dan met de laatste boot. Die hadden in een motel moeten overnachten.
Iedereen op de Ferry is van ons avontuur op de hoogte. Het wordt een paar keer omgeroepen. We konden gelukkig meteen terug en wachten nu op de echte boot naar Vancouver Island. We zullen nu wel even controleren of we wel op de goede boot zitten.

Met de trein van de VS naar Canada


We gaan met de trein van Seattle naar Vancouver. 4 uur met de trein over een afstand van 230 kilometer. Sinds Oost Europa niet meer zo’n inefficiente werkverschaffing meegemaakt. Bij zo’n reisje blijken tientallen ambtenaren betrokken te zijn.
Je moet minstens een uur van te voren aanwezig zijn. En dat is redelijk lang als je om half acht de trein neemt. De fietsen van kaarten met onze handtekening erop laten voorzien door een meneer aan het oversized luggage loket. Ons aangemeld bij een van de 4 aanwezige conducteurs. Een roze kaartje gekregen met een paar stikkertjes erop. Tussendoor kwam de hoofdconducteur nog even controleren of wij wel een kaartje voor de fiets hadden. Dat kaartje voor de fiets werd later nog een paar keer gecontroleerd en uiteindelijk in Canada door tweeen gescheurd.  De deur naar het perron wordt bewaakt door weer een andere beambte. Wij zitten in de voorste wagon, de fietsen in de laatste. En heel gesjouw want de bagage mag natuurlijk niet op de fiets blijven.
Ze doen zoveel mogelijk een vliegtuig na. Business class (tientje duurder) in een aparte rij mogen 5 minuten eerder in de trein en in Vancouver er 5 minuten eerder uit. Dat scheelt in Vancouver wel een half uurtje wachten bij de douane. Instructies wat te doen bij een ongeluk, omroepen dat je moet blijven zitten tot de trein stilstaat.
50 meter na het vertrek stopt de trein. Er blijkt nog een blokkade op de rails te liggen. Iemand was vergeten om die eraf te halen. Waarom dat ding erop lag werd niet duidelijk. 30 minuten gewacht en daar ging de trein. We mogen van geluk spreken dat we er niet zijn opgereden zegt de conductrice. Tot onze verrassing is er wifi aan boord.
Wel een mooi uitzicht  over het water met de besneeuwde bergen in de verte. Sommige bruggen worden met 10 km per uur genomen.  Die bruggen zien er uit alsof ze honderd jaar niet onderhouden zijn. In Canada stopt de trein een paar keer. Het is erg druk op het spoor word omgeroepen. Vandaar. Dan stopt de trein en verdomd we rijden een stuk terug. Een beambte heeft vergeten de wissel om te zetten. En zo waren we de verkeerde weg ingeslagen. Die slome beambte zien we slof slof voorbij komen. En na een kwartiertje gaan we weer.
We hebben uiteindelijk een uurtje vertraging. Dat brengt de gemiddelde snelheid op dik 50 per uur. Toegegeven die snelheid hadden we met de fiets niet gehaald.
Na een half uur wachten zijn we aan de beurt bij de douane. De computer van de douanemeneer gaat ogenblikkelijk down als hij Leonies paspoort probeert te scannen. We moeten een flinke tijd wachten. De douanemeneer is gewend een aantal vragen te stellen. Omdat het wachten nogal lang duurt stelt hij deze vragen maar een aantal keer. Zo vraagt hij drie keer of we nog van plan zijn om producten in Canada achter te laten.
De geldautomaat in de stationshal blijkt ook defect. Maar wat een heerlijke fietspaden zijn er in Vancouver!