maandag, december 26, 2011

Een propellorvliegtuig


Nog nooit zo snel opgestegen. Tussen het verlaten van de vertrekhal en het opstijgen zit niet meer dan 3 minuten. “Hurry, hurry sit down, we go” zegt de stewardess als we achterin instappen. 
Als we zitten te wachten op het piepkleine vliegveld van Luang Prabang landt er een hipieachtig, met vissen beschilderd toestel van Thai Airways. “Je zal toch in een propellorvliegtuig moeten” zegt Jago, met een grijns. 
De piloot heeft haast, effe tanken en dan weer wegwezen. Het vliegtuig staat op 25 meter van de vertrekhal geparkeerd. Hier geen slurfen, of vervoer per bus. We zitten achterin en als we achterin instappen heeft de piloot de motoren al aangezet. Er zitten een stuk of dertig mensen in het vliegtuig. We hebben alle drie twee stoelen en een plaats aan het raam.
Het vertrek gaat zo snel dat we te verbouweerd zijn om ons druk te maken. Leuk! Boem zo de lucht in.
We komen zeker terug in Luang Prabang. Het beviel ons zeer. Leuke plek om een week rond te hangen. Elke middag en avond ergens anders gegeten. Geslapen in mahonie houten huizen.
Het was gezellig en knus zo’n week met Jago.
Volgend keer komen we mogelijk per slow boat over de Mekong.

donderdag, december 22, 2011

Luang Prabang

22 toeristen met bagage gaan er uiteindelijk in het open taxibusje die ons naar het busstation brengt. Jago staat ergens achterop. De VIP bus waar we op overstappen, brengt ons in 12 uur dwars door de bergen naar Luang Prabang. Gemiddeld rijden we zo’n 30 km per uur. Bergop en af en op de hele slechte stukken zakt het tempo naar 15 per uur. Om de 3 uur mogen we er even uit.  Een paar keer hebben we oponthoud, waaronder een fikse aardverschuiving die door 4 grijpers en wat buldozers wordt weggewerkt. Prachtig is het uitzicht. Het is helaas niet mogelijk om foto’s te nemen. Daar zijn de ruiten van de bus veel te vies voor. Het is behoorlijk koud. De bergbewoners wonen in bamboehutten tegen de steile hellingen gebouwd. De hele familie leeft en slaapt in één kamer. Wel hebben ze bijna allemaal sateliet TV.
Luang Prabang is een oase of eiland midden in de uitgestrekte bergen. Hier geen hoogbouw en druk verkeer. Wel stoepen en prachtig gerestaureerde houten huizen. Volkomen terecht dat Jago ons hiermee naar toe heeft genomen. En hier komen we nog wel eens terug! We moeten wel wat wennen aan de zeer relaxe sfeer. Elke middag brengen we door in cafe Utopia, we zitten (en liggen) op een houten vlonder zonder leuning hoog boven de rivier. Ze hebben daar ook de Hungry Cyclist Burger. Frankrijk was ooit in Laos de baas, en dat is nog hier en daar te merken. Je kan hier overal een baguette krijgen met Le Vache Qui Rit of met paté. Heerlijk!
Het is een grote beloning om na 12 uur in de bus in zo’n plaats aan te komen. Toch besluiten we om een iets gemakkelijker terugweg te nemen. Zaterdag vliegen we rechtstreeks naar Bangkok. In het enige vliegtuig met straalmotoren dat hier landt.. Alle andere vliegtuigen hebben propellormotoren.

zondag, december 18, 2011

Eindelijk miljonair (in Kip weliswaar)


Het terras van het hotel is zoals alles hier, heel relaxt. Het uitzicht is wat vreemd op de kruising van twee rues en op een enorme roodwitte zendmast. Het derde biertje is gratis. Dat is handig als je met zijn drieen bent. We zitten met Jago in een suite van  het City Inn Hotel in Vientiane in Loas. We zijn een weekje met Jago op stap. Vientiane is een uurtje vliegen van Bangkok.
Vandaag een fietstocht gemaakt langs de Mekong en door Vientiane. (weer een fietsland erbij) Vientiane is zo groot als Zutphen. De kleinste hoofdstad van Azie. Letterlijk een verademing na Bangkok. Weinig verkeer, heel rustig, niemand heeft haast. Alleen backpackers hier. Er wordt heel veel gefietst. Wat een gemakkelijk land!
Morgen gaan we naar Luang Prabang, een van Jago’s favourite bestemmingen. Het is 380 km. De bus doet er 8 uur over volgens de hotelmevrouw, volgens de meeste gidsen 10 a 11 uur. We zullen zien. Een kaartje kost 150000 Kip, dat is naar boven afgerond 15 euro. Daarvoor wordt je wel van je hotel afgehaald. Gisteren heb ik 95 euro omgewisseld en ik kreeg daarvoor een miljoen (1000000) Kip.

zaterdag, december 17, 2011

Mede toeristen

Een van de atracties van het verblijf in hotels is de aanwezigheid van medegasten. Erg veel contact hebben we niet met ze, maar ze laten zich wel goed observeren. Raadselachtig is vaak hoe partners met elkaar omgaan. Ga je helemaal naar Thailand op vakantie, zit je aan een Bountystrand naast het mooiste zwembad van de wereld, blijk je niets met elkaar te bespreken hebben. 
Als toeristen uit een bepaald land komen, gaan ze vaak naar hetzelfde hotel. In een resort op Koh Yao Noi horen we uitsluitend Duits praten. De bazin, althans degene die voor bazin speelt, komt uit Duitsland. Er zijn naast ons huisje nog 6 ander huisjes verhuurd. Vijf aan Duitsers, eentje aan Duits sprekende Zwitsers.
Een eiland verder zitten we opeens midden tussen de Russen. Poetin-achtige mannetjes laten zich vergezellen door geilig geklede vrouwen die graag voor Kurnikova willen doorgaan. Ze zijn wel allemaal een kop groter dan hun ventjes en hebben een dure Gucci tas bij zich. Ik heb uiteraard liever geen vooroordeel over de medemens, maar dat is lastig te vermijden met die Russen. Ze kijken allemaal sjacherijnig, en wat zuipen ze! Geen wijn bij het eten, maar een liter whisky, die al bij het voorgerecht op is. Ze zitten in een resort dat hun 200 euro per dag kost (wij zitten er met een facebookrate en dan krijg je de tweede nacht gratis)  maar onderhandelen bikkelhard met de strandverkopers.. Dat gaat in gebarentaal, want ze spreken geen woord Engels.
Vanuit Moskou kan je rechtstreeks op Phuket vliegen. In het hotel loopt een Russische hostess rond.
Als ze kinderen hebben, dan blijkt dat ze toch wel hun leuke kanten hebben. De vaders zijn onvermoeibaar in de weer met de kinderen. Ze gaan zo maar een uur achter elkaar met een peuter van de waterglijbaan.

Engelse vrouwen doen daarentegen het liefst helemaal niets. Voor ons ligt een Engelse die voortdurend een tijdschrift aan het lezen is. Ze heeft minstens 5 kinderen gekregen, maar dat is haar geheel niet aan te zien. Om het half uur krijgt ze van haar man een cocktail of ander drankje aangereikt. Haar vijf kinderen lijken het volkomen normaal te vnden dat hun moeder totaal niet aanspreekbaar is.


zondag, december 11, 2011

Koh Yao Yai

Met de longtailboot is het 10 minuten varen van Koh Yao Noi naar ons volgende eiland Koh Yao Yai. Het eiland Koh Yao Yai is grotendeels nog zoals het vroeger was. Hier komen relatief weinig toeristen. Je ziet dan ook niets wat met toeristen te maken heeft. Geen massagesalons, geen toeristenburotjes, geen souveniers, geen kroegen. Geld opnemen kunnen we hier niet. De 2 ATM’s van het eiland blijkt geen van onze bank of creditcards te accepteren.
Kinderen groeten je, brommers, met hele gezinnen erop remmen af om even te kijken wat voor rare types op de fiets zitten. Leonie vinden ze very, very strong.
Een onbedorven eiland. Een grotere tegenstelling met ons resort is niet denkbaar. 40 villa’s met airco en een enorme buitenruimte. Het  zwembad is het mooiste dat we ooit gezien hebben. 80 meter infinity pool met een adembenemend uitzicht over zee. We zitten voor half geld in zo’n villa. Toch zijn er maar een stuk of 20 gasten.
Gisterenavond aten we in het restaurant. 5 tafeltjes bezet. Heel romantisch met de maan die scheen op de zee en een eiland voor de kust. Volle maan zegt Leonie. Inderdaad zie ik dat het volle maan is. Na de loempias zegt Leonie, het is toch geen volle maan, er is nog een hap uit. Vreemd. Even later is er nog een grotere hap uit. Verdomd het is het begin van een total moon eclips! Na de  bananenfritters met kokosijs is de hele maan verdwenen. Nog nooit zo’n mooie maansverduistering gezien. Het personeel vind het maar wat eng. De volgende maansverduistering is in 2015, maar dan moet je wel naar dat deel van de wereld reizen waar het dan donker is.

donderdag, december 08, 2011

Van massatoerisme tot bountyeiland

Gearriveerd op Koh Yao Noi. We zijn een paar dagen gebleven in Ao Nang, het strandgedeelte van Krabi. Bijna alle hotels liggen hier niet aan zee. Veel toeristen komen hier een week of zo een strandvakantie houden. Erg druk is het allemaal (nog) niet. Bij het strand kan je je laten masseren bij 29 (genummerde) open paviljoentjes. Bij alle 29 worden we aangesproken. Er zijn minstens 600 massagebedden beschikbaar. Leonie telt er twee die bezet zijn.
De speedboat die naar ons volgende eiland Koh Yao Noi vaart, neemt geen fietsen mee. Dus fietsen we 30 kilometer naar een haventje waar dat wel schijnt te kunnen. Een prachtige fietstocht. Binnen 2 kilometer merk je niets meer van toerisme. Langs olifanten en die vreemde verticale karst rotsen die zo typisch zijn voor Krabi en omgeving. We kunnen mee  op een longtailboat. De fietsen gaan mee op het dak. Met ons gaan nog 3 andere toeristen mee en nog wat locals.
We hebben hier een huisje zonder airco vlak bij het strand. Wel met internet. Als je uit de zon blijft is de temperatuur heel aangenaam. Vanochtend in zee gezwommen, verder was er niemand te zien. Een echt eilandgevoel hier. Leonie vindt het wel een bounty eiland.

zaterdag, december 03, 2011

เกาะลันตามีความสวยงามมาก

We zijn 4 dagen gebleven in een resort in het zuiden van het eiland Koh Lanta. Vanaf de boot van Phi Phi blijken de eerste 15 kilometer lekker fietsen te zijn. Daarna is het op en af. Hellingen tot 19%. Omhoog lopen en heel voorzichtig naar beneden, vanwege alle gaten in het wegdek. Goeie interval training. Andre, onze hartspecialist zal trots op ons zijn.
Warm is het ook. Bergop zweten we zo erg dat we een kruipspoor (term van held Zoetemelk) achterlaten. Als ik weer zo’n helling afrij en heel hard moet remmen, glij ik zo naar voren van mijn zadel af.
En dan is het heerlijk om in dit resort te arriveren! Mooi huisje, airco, zwembad, strand, goed eten. In de verte komen de olifanten in de avond in zee baden. Tjonge wat een rust.
Slechts een kwart van de huisjes is gevuld. Wat een kwakkelseizoen is dit voor het toerisme. Op zo’n eiland draait alles rond het toerisme. Iedereen verdient er direct of indirect aan. En als er zo weinig toeristen zijn, wordt er maar weinig verdiend.
’s Avonds worden we in het restaurant van het resort bediend door 12 mensen. Evenveel als er klanten zijn die avond. En allemaal (op een jongen na) zijn ze verlegen en schuw. Je bier en glas zetten ze op het hoekje van de tafel. Vlak daarnaast zetten ze je eten neer. Pas na een tijdje  beginnen we te begrijpen dat geen van hen meer dan 4 woorden Engels kent. Als je wat aanwijst op de kaart schrijven ze het in Thais schrift op. Wanneer ze de rekening uitschrijven doen ze dat letter voor letter in het Engels. Ik stel me zo voor hoe het moet zijn om een rekening met twee kroketten brood in Thais schrift uit te moeten schrijven. Daar zou ik ook onzeker van worden.



donderdag, december 01, 2011

Koh Phi Phi Don

We zijn op Phi Phi gearriveerd. Eerst een fietstocht over Phuket. Denk daarbij niet aan een romantisch tochtje met wuivende palmen enzo. Drukke wegen zijn niet te vermijden. O.a. een soort van zesbaans snelweg, waarbij de linkerbaan voor brommers is gereserveerd. Op de linkerbaan staan vaak auto geparkeerd. Er rijden inderdaad brommers, soms ook ons tegemoet. Maar ach het verkeer is allervriendelijk. Zeker voor ons, rare buitenlanders. Zelfs rechtsom op een drukke vierbaans rotonde gaat moeiteloos. Heet was het wel. We hebben toch gauw drie liter water gedronken.
De boottocht naar Phi Phi duurt twee uur en we vertrekken een half uurtje te laat. We waren redelijk vroeg aan boord gegaan, niet erg handig want er werden zo’n 40 koffers en rugzakken zo ongeveer bovenop op onze fietsen gegooid. Tjonge wat kunnen er veel mensen in die boot. En dat zonder airco.Ik ben wat bedroefd omdat mijn spiegeltje is gebroken onder al dat geweld.
Phi Phi is wel een beloning na zo’n tocht. Het doet ons denken aan Griekenland 40 jaar geleden. Helaas ook een beetje Kreta van nu. Discotheken en luidruchtige bierdrinkers zijn er ook. Gelukkig zitten we aan de goede kant van dorp. Van  het geluid van de strandtenten zijn alleen nog de bassen te hore,
Heel mooi is het hier. Met open mond naar de zonsondergang gekeken. Een prachtig strand met schitterende rotsen die uit zee opdoemen. Er is nog een ding dat afwijkt van Griekenland 40 jaar geleden. We zitten in een leuke kamer en kijken op een enorm zwembad (60 meter volgens Leonie) uit.
Volgens mij is dit het enige Thaise eiland waar geen gemotoriseerd verkeer is. De bewoners rijden vaak op fietsen (maat kinderfiets). De fietsen in Amsterdam zien beter onderhouden uit dan die hier. Alleen de politie heeft één brommer. Maar daar zitten ze wel met z’n tweeen op.
En bij de "fietsenmaker" had ik de keuze tussen twee spiegeltjes voor op de fiets. Een Thaise voor een euro en een vier keer zo dure Italiaanse.